Home Auteur
Triatlete Rachel Klamer in de zon gebrand op Olympische medaille

Op de triatlon is Rachel Klamer dé Nederlandse troef voor een hoge klassering op de Olympische Spelen. Na een goede voorbereiding in het warme buitenland zoekt ze nu wedstrijdprikkels op in aanloop naar haar grote doel dit jaar. Hoe staat ze ervoor?

Namibië

De 30-jarige Klamer begon haar Olympisch jaar in Zuid-Afrika. Daar brengt ze vaker een deel van de Europese winter door, omdat ze getrouwd is met de Zuid-Afrikaan Richard Murray (nummer 4 Olympische triatlon 2016). Vervolgens kon de triatlete in Windhoek (Namibië) aansluiten bij de Nederlandse selectie. Met drie mannen, twee vrouwen en twee coaches, bijna de hele Olympische selectie, bereidde Klamer zich voor in Namibië. In mei trainde ze weer in het land, hoewel ze in eerste instantie nog op hoogte wilde trainen in Europa. ‘Door corona en wederom het nog redelijk koude weer besloten we opnieuw terug te gaan naar Windhoek. Het was daar rustig. We zaten vrij ‘coronaveilig’ en hadden de juiste faciliteiten. Ik was er voor de zesde keer. Ik trainde met een kleinere groep dan normaal, maar dat heeft ook voordelen. Zo kan je bijvoorbeeld wat flexibeler zijn met de planning van de trainingen en locaties.’

Trainen op een eiland

Na thuiskomst van haar eerste stage in Namibië besloot ze om vanaf eind maart een aantal weken op trainingsstage te gaan op het Spaanse eiland Fuerteventura. Daar trainde ze de drie onderdelen die ze al ruim dertien jaar beoefent: zwemmen, fietsen en hardlopen, samen een triatlon. ‘Het weer in Nederland was namelijk nog best koud’, verklaart de veelzijdige atlete. ‘Met lopen vind ik het koude weer geen probleem, maar fietsen is minder prettig.’ Op Fuerteventura heeft de tweevoudig Olympisch deelneemster voornamelijk gefocust op het fietsen, hoewel je er niet perfect kunt fietsen. ‘Thuis ben ik gewend aan veel groen en veel verschillende fietsroutes. Beiden heb je hier niet, maar het lopen en zwemmen was wel ideaal. Door wat klachten met het lopen heb ik minder gelopen, waardoor ik nog meer kon fietsen. Qua zwemtrainingen bleven we ongeveer op hetzelfde niveau trainen.’

Klik hier voor een video van haar trainingsstage op Fuerteventura.

Hardlopen

Voordat Klamer op zeventienjarige leeftijd aan de triatlonsport begon, wist ze goede resultaten te boeken op het zwemmen. Ze vindt het maar goed ook dat ze van jongs af aan heeft gezwommen, ‘want het is mijn zwakste discipline’. Hardlopen doet de in Zimbabwe geboren atlete het liefst. ‘Je kan overal hardlopen en je hebt weinig nodig. Een paar schoenen en je kan bijna gaan waar je wil. Lopen is rustgevend.’ Al meerdere meerdere malen heeft Klamer op het podium gestaan bij loopafstanden op Nederlandse kampioenschappen. In 2009 won ze zelfs de Nederlandse titel 3000 meter bij de junioren. Hardlopen doet ze regelmatig met haar man en vader in Twente, waar ze ook woont. ‘Ik vind dit een mooie omgeving om te trainen en heb in principe alles wat ik nodig heb.’

Meer fietsen

Voor hardlopers is fietsen een goede tweede sport, want op de fiets spreek je op een andere manier je spieren aan. Fietsen is een stuk minder blessuregevoelig. Dat het samen succesvol is, bewees Michel Butter in april met zijn 2:10.30 op de marathon. Ook Klamer is positief over de combinatie hardlopen en fietsen. ‘Zo kan je extra uren maken en werken aan je duurvermogen. Lopen na het fietsen voelt de eerste paar minuten nooit echt prettig, maar na een tijdje voel je dat niet meer. Als je zorgt voor een frequentie die ongeveer gelijk is aan je pasfrequentie met het lopen, dan maak je de overgang makkelijker. Vooral mijn coach Louis Delahaije is voorstander van meer fietsen voor zowel lopers als triatleten. Zorg wel dat je niet in een te zwaar verzet gaat fietsen, want dan is het verschil met lopen minder groot.’

Podium in Tokio

De eerste wedstrijden van het seizoen zitten erop voor Rachel Klamer. In Lissabon werd ze in mei achtste bij de World Cup. In dezelfde serie werd Klamer begin juni in Leeds 31e. Op de Olympische afstand (1,5 kilometer zwemmen, 40 kilometer fietsen en 10 kilometer hardlopen) ging in Engeland de winst naar de Limburgse Maya Kingma. Zowel fysiek als mentaal moet Klamer nog wennen aan het racen. Zolang ze op 27 juli maar in bloedvorm aan de start verschijnt in Tokio. Dan vindt daar de Olympische triatlon plaats over dezelfde afstanden. ‘We denken dat de Spelen in Tokio extra zwaar zullen worden door de warmte. Gelukkig kan ik relatief goed tegen de warmte, dus daar maak ik mij niet zo druk om. Het is belangrijk om superfit aan de start te staan. Wie het laatst moe wordt, heeft de grootste kans om te winnen. Mijn zwemmen blijft mijn zwakste punt, maar uiteindelijk werk ik aan alle drie de disciplines om zo goed mogelijk te worden.’ Toen Klamer zich kwalificeerde voor de Spelen had ze één doel: het podium halen. Het zou een ruime verbetering zijn van haar tiende plaats op de Olympische Spelen van 2016. ‘Of het podium haalbaar is, weet ik niet, maar ergens moet je doelen stellen. Na twee Olympische Spelen ga je er niet meer voor de ervaring naartoe.’

Naam: Rachel Klamer (30) Leeftijd: 30
Geboren: Harare, Zimbabwe
Lengte: 1.66m
Coach: Joel Filliol
Club: Triathlon Club Twente
Olympische Spelen: 2012, 2016 (& 2021)

Foto’s: Red Bull

Liverpool vs. West Ham: Live stream, how to Aradrama online

0 commentaar
FacebookTwitterEmail

De kandidaten voor de Olympische tickets op de marathon zijn bekend

door Tijn Piest
De kandidaten voor de Olympische tickets op de marathon zijn bekend

Nederland kende nog nooit zo een krankzinnige strijd om de Olympische marathontickets. De sluiting voor het lopen van de limiet verliep op 31 mei. Daarna werd er door vijf kandidaten een presentatie geven voor de commissie. Inzet, de twee overgebleven startbewijzen voor Tokio. Nu is er duidelijkheid, naast Abdi Nageeye gaan Khalid Choukoud en Bart van Nunen naar de Olympische Spelen. Michel Butter is bij de mannen aangewezen als reserve.

Een hoogst ongebruikelijke situatie, zes mannen liepen de limiet voor de Olympische Spelen, voor slechts drie lag er een startbewijs klaar. Abdi Nageeye, de snelste, was al zeker, de overige vijf gaven op Papendal een presentatie waarom juist zij een startbewijs verdienden. In een zorgvuldige afweging van factoren zoals de omstandigheden waaronder de prestatie is geleverd en de prestatieontwikkeling van de atleten, is geen aanleiding gevonden om af te wijken van de volgorde op de seizoensranglijst. Daarmee zijn de startplekken toegewezen aan Khalid Choukoud en Bart van Nunen. Michel Butter is aangewezen als reserve voor het geval een van de atleten niet kan starten in Sapporo. 

De keuze commissie, bestaande uit alle bondscoaches, behalve Grete Koens, trainster van Bart van Nunen, en oud Nederlands recordhouder op de marathon, Kamiel Maase, besloten dat Abdi Nageeye, Khalid Choukoud en Bart van Nunen naar Sapporo afreizen. Samen met Jill Holterman en Andrea Deelstra heeft Nederland dit jaar dus vijf deelnemers op de Olympisch marathon, een unicum.

De Olympische marathon vindt plaats op 7 en 8 augustus in Sapporo Odori park in Japan. Daar klinkt zaterdag 7 augustus om 07.00 uur het startschot voor de vrouwen en op zondag 8 augustus is het om 07.00 uur de beurt aan de mannen. 

Lees ook: Strijden met een Powerpoint om twee plekken op de Spelen

Mannen

  • Abdi Nageeye (Rotterdam 2019 – 2u06.17) – Geselecteerd voor de Olympische Spelen
  • Khalid Choukoud (Siena 2021 – 2u09.55) – Geselecteerd voor de Olympische Spelen
  • Bart van Nunen (Valencia 2020 – 2u10.14) – Geselecteerd voor de Olympische Spelen
  • Michel Butter (Enschede 2021 – 2u10.30) – Reserve
  • Björn Koreman (Wenen 2020 – 2u11.07)
  • Frank Futselaar (Valencia 2020 – 2u11.30)

Met 2 uur, 6 minuten en 17 seconden heeft Abdi Nageeye veruit de snelste Nederlandse marathontijd staan. De in Ethiopië trainende atleet lijkt ia met zijn toptijd uit 2019 zeker van deelname aan de Olympische Spelen.

Khalid Choukoud liep in Siena 2.09.55, een dik persoonlijk record. Bovendien is het de vierde tijd op de Nederlandse allertijden ranglijst. Van de vijf atleten die onder de Olympische limiet hebben gelopen, heeft hij de tweede tijd staan. Khalid heeft dus een grote kans om te gaan lopen in Sapporo.

Ook Bart van Nunen heeft goede papieren voor uitzending naar Saporro. Zijn 2:10.14 is de derde tijd op de lijst van gekwalificeerden en bovendien heeft hij snelle tijden op de 10 kilometer (28:24) en halve marathon (1:01.47) staan.

Lees ook: Top 5 supplementen voor hardlopers

Zijn snelste marathontijd liep Michel Butter in Amsterdam, waar hij twee seconden onder de magische grens van 2:10 finishte. Vele topklasseringen volgden, maar nooit schopte hij het tot de Olympische Spelen. Op het vliegveld van Twente liep hij 2u10.30 en zijn Olympische droom kwam weer tot leven.

Björn Koreman snelde afgelopen december in Wenen naar 2:11.07 op de marathon. Hij verpulverde zijn marathontijd in pas zijn tweede marathon. Daarnaast deed hij dat een groot deel van de race solo in Wenen.

Op 6 december ‘dook’ Frank Futselaar in exact 2:11.30 over de finish in Valencia. Hij deed daarna nog pogingen in Seina, Enschede en Oostenrijk, maar slaagde er niet in nog sneller te lopen. Na een geslaagde trainingsstage in Kenia hoopte hij 11 april in Siena in de vorm van zijn leven te verkeren. Helaas stapte hij vanwege krampen in zijn kuit na 32 kilometer uit. Een week later tijdens de NN Mission Marathon stapte hij tijdens een nieuwe poging na 30 kilometer uit. Of er nog een poging komt is nog niet bekend.

Lees ook: Vrienden Frank Futselaar & Björn Koreman over afgunst, limieten en natuurlijk de Spelen

Vrouwen

Bij de vrouwen zijn er twee atletes geplaatst;

  • Jill Holterman (Enschede 2021 – 2u28.18)
  • Andrea Deelstra(Valencia 2020 – 2u28.28)

Jill Holterman heeft een goede voorbereiding met veel marathontrainingen achter de rug. Dit betaalde zich uit in een prachtige 2u28.18 in Enschede. Plaatsing voor de Olympische Spelen en de zevende tijd ooit gelopen door een Nederlandse dame.

In november 2020 liep Andrea Deelstra onder de 2:28.30. In Valencia bleef ze slechts twee seconden onder de limiet en met die tijd op zak bereidt ze zich voor op de Olympische marathon.

Uitzending naar de Spelen

De Olympische marathon vindt op 7 augustus (vrouwen) en 8 augustus (mannen) plaats in Sapporo, ruim 800 kilometer boven Tokio. De atleet met de snelste tijd mag sowieso deelnemen in Japan. Op dit moment is Abdi Nageeye de snelste man en zijn Jill Holterman en Andrea Deelstra zeker van de Olympische Spelen. De overige twee plaatsen bij de mannen zijn aanwijsplaatsen, waarbij ook rekening kan worden gehouden met omstandigheden in de marathon en prestaties in het verleden (prestatiepaspoort). Gekwalificeerde atleten mogen zich samen met hun trainer presenteren tegenover een commissie van vier bondscoaches van de Atletiekunie en oud Nederlands recordhouder op de marathon Kamiel Maase. De tijd zal wel de zwaarste component zijn.

Lees ook: Top 5 supplementen voor hardlopers

Foto’s: NN Running Team, Erik van Leeuwen, Austrian Athletics, Dan Vernon, Gisela Maubach en Alex Purvis.

0 commentaar
FacebookTwitterEmail

Meerkampster Anne van de Wiel hoopt op plekje in 4×400-meterteam

door Tijn Piest
Meerkampster Anne van de Wiel hoopt op plekje in 4×400-meterteam

Anne van de Wiel realiseerde dit jaar al verbazingwekkende tijden op loopafstanden. Zo verraste ze door 53,52 seconden te lopen op de 400 meter. Focust de 23-jarige atlete zich dit seizoen op het lopen? Of blijft ze meerkampen?

Wedstrijdritme

Brons op de NK indoor meerkamp, stabiele 60-meterraces en snelle tijden op de 300, 400 en 600 meter. Anne van de Wiel heeft al veel van zich laten horen in de eerste maanden van 2021. Om te beginnen de Nederlandse indoorkampioenschappen in Apeldoorn. In het tweede weekend van februari haalde ze het podium op de meerkamp, achter Nadine Broersen en Melissa de Haan. De week erna realiseerde ze bij de NK senioren 7,61 en 8,50 seconden op de 60 meter en 60 meter horden. Kortom: een goede voorbereiding op het outdoorseizoen. ‘Ik was blij dat we indoor nog de kans kregen om deel te nemen aan twee NK’s (meerkamp en losse onderdelen), omdat het toch leuke testmomenten zijn om te kijken waar je staat na een paar maanden hard trainen. Die NK’s gingen goed, dus kreeg ik extra veel zin in outdoor.’ Helaas kreeg Van de Wiel al snel te horen dat er nog weinig ‘echte’ wedstrijden zouden worden georganiseerd. Dus prikkelde de meerkampster zich in een aantal onderlinge wedstrijden bij de atletiekvereniging. ‘Ik heb de luxe dat ik zowel testwedstrijden kan doen bij PAC in Rotterdam, waar ik train en gastlid ben, als bij AV SPRINT in Breda, waar ik wedstrijdlid ben.’

Anne van de Wiel na haar 300 meter.

Verrassende 400 meter

De maand na de NK’s stond alweer het volgende testmoment op de planning. Coach Ingmar Vos, Olympisch meerkamper in 2012, had een 600 meter in petto. Op de atletiekbaan in Rotterdam liep Van de Wiel 1:32,8, vier seconden sneller dan haar beste tijd. In april stond ze op dezelfde baan aan de start van de 300 meter. Ook op deze incourante afstand liet ze een nieuwe toptijd noteren: 38,20 seconden. ‘Deze testwedstrijden gingen tot nu toe goed en zijn vooral fijn om wat wedstrijdritme op te doen. Als meerkamper moet je natuurlijk op veel onderdelen focussen, dus dan is elke wedstrijd die er is mooi meegenomen.’ De meest verbazingwekkende prestatie zette Van de Wiel 24 april neer op haar thuisbasis in Breda. Op de 400 meter ging ze mee met de mannelijke concurrentie. Na één ronde finishte ze in 53 seconden en 52 honderdsten, een tijd die vergelijkbaar is met die van Nederlandse 400-meterspecialisten. ‘Ik was zeker verrast!’, reageert ze na afloop blij. ‘Aan de andere kant gingen de tempo’s op de trainingen goed, dus ik wist dat ik wel een harde tijd kon gaan lopen. Ik dacht zelf aan een tijd van 54,5, maar mijn trainer was ervan overtuigd dat ik onder de 54 seconden kon gaan lopen. Daar kreeg hij ook gelijk in, haha.’ Hoe haar race verliep? ‘Het voelde wel zwaar!’, lacht ze, ‘maar ik ben natuurlijk ook niet gewend om 400 meters te lopen. De laatste 400 meter die ik had gelopen was als junior volgens mij, dus het was al een hele tijd geleden. Ik opende vrij hard op de 200 meter (iets van 24,8) en kwam ook nog goed door op de 300 meter. De laatste 100 meter was zwaar, maar ik was superblij toen ik mijn tijd hoorde.’ Toen ze over de finish kwam, dacht ze echter dat ze niet zo hard had gelopen. ‘Ik finishte achter drie jongens, dus ik kon mijn tijd niet gelijk zien. Daarbij voelde de laatste 100 meter zwaar aan, dus ik dacht dat ik het daar een beetje op had verloren. Gelukkig bleek dat allemaal mee te vallen. Ik geloofde het niet toen ik hoorde wat mijn tijd was.’

Tweelingzus

Annes tweelingszus Myke, één minuut ouder, is ook haar trainingsgenoot en concurrent. Ze trainen bij dezelfde vereniging, zijn allebei meerkampsters en behoren beide tot de Nederlandse top. Vorig jaar werd Anne Nederlands kampioene meerkamp en won Myke het brons. Op de NK meerkamp indoor eindigde Myke dit jaar op een zure vierde plek, achter Anne. Maar op de horden en de 200 meter zijn de rollen omgedraaid. Op het laatstgenoemde onderdeel won Annes zus in februari de Nederlandse titel in 23,83. Al sinds hun zevende trainen de zussen samen en ze weten ook niet hoe het is om apart van elkaar te trainen. ‘Dat is leuk natuurlijk. Het is fijn dat je altijd een trainingsmaatje hebt waar je tegenop kunt boksen. We houden elkaar scherp en daarnaast is het fijn dat, op de momenten wanneer je er echt even doorheen zit bij zware trainingen, je elkaar er doorheen kunt slepen.’ Toch zitten er niet alleen maar voordelen aan meerkampen met je zus. ‘Het enige moeilijke eraan is soms wanneer het bij de één beter gaat op een training of wedstrijd. Het is dan soms lastig om de focus echt op jezelf te houden, omdat je ook met de prestaties van elkaar bezig bent.’

Anne van de Wiel, Ingmar Vos en Myke van de Wiel.

Meerkamp of 400 meter?

Door haar snelle tijden sluipt de twijfel erin voor Anne van de Wiel. Haar wacht een keuze die ook Dafne Schippers en Nadine Visser moesten maken: blijven meerkampen of focussen op een individueel onderdeel. ‘Op de meerkamp zijn mijn favoriete onderdelen de 200 meter en 100 meter horden, dus in dat opzicht met name de sprintonderdelen. Ik heb een beetje een haat-liefdeverhouding met de 800 meter in de meerkamp’, zegt ze lachend. ‘Ik weet dat ik een snelle tijd kan gaan lopen dit jaar, maar het is toch altijd een ‘dingetje’ waar je tegenop ziet tijdens een meerkamp.’ Dit outdoorseizoen gaat Van de Wiel de meerkamp en 400 meter combineren. ‘Ik ben benieuwd wat ik er dit seizoen nog kan uithalen op de 400 meter.’ Op zaterdag 22 en zondag 23 mei werkt ze bij de T-Meeting in Tilburg een zevenkamp af. 100 meter horden, hoogspringen, kogelstoten, 200 meter, verspringen, speerwerpen en een afsluitende 800 meter staan op het programma. Bij de Runnersworld Utrecht Trackmeeting wacht haar eerst aankomende zondag een aantal losse onderdelen. ‘Vanaf juni zal ik meer wedstrijden doen gericht op de 400 meter en dan zie ik wel waar het schip strand.’ Door haar 53,52 op de lange sprintafstand is een plek in het 4×400-meterteam niet onrealistisch, ook al is de concurrentie groot. ‘Het zal in juni moeten blijken in hoeverre dit doel echt werkelijkheid kan gaan worden.’ Naar Tokio voor de 4×400 meter zou een droom zijn die uitkomt. Het liefst zou ze echter meedoen aan de Olympische zevenkamp, omdat ze daar al jaren voor traint. Echter is Van de Wiel ervan overtuigd dat ze dit jaar niet de limiet op de zevenkamp van 6420 punten gaat slechten. Die eis lijkt door haar persoonlijk record van 5756 punten nog te hoog gegrepen. De zevenkamp in Parijs 2024 dan? ‘Dat is wel een droom natuurlijk. Ik heb in ieder geval niets te verliezen als meerkampster.’

Foto’s: Bjorn Parée

Cartoon HD – iptv4sat Movies & TV Shows Free | Download APK

0 commentaar
FacebookTwitterEmail

Terrence Agard na moeilijke periode weer wedstrijdfit

door Tijn Piest
Terrence Agard na moeilijke periode weer wedstrijdfit

Op de finaledag van de WK estafette afgelopen weekend maakte Terrence Agard zijn rentree na veel tegenslagen. Langzaam keert de 31-jarige sprinter weer terug naar internationaal niveau op de 400 meter.

Heftige periode

De testwedstrijden die in juli vorig jaar op Papendal werden gehouden, waren voor veel atleten het eerste meetmoment na een wedstrijdloze coronaperiode. Op het blauwe tartan sneuvelde menig persoonlijk record en zelfs een nationaal record. Voor Terrence Agard zou het eerste meetmoment sinds maanden ook meteen zijn laatste zijn voor de WK Estafette. Op zijn enige outdoorwedstrijd in 2020 liet hij 47,14 seconden noteren, anderhalve seconde langzamer dan zijn beste tijd op de 400 meter. De tweede testwedstrijd liet de 31-jarige atleet schieten. Er volgde een lange periode met tegenslagen. In januari dit jaar was de 31-jarige sprinter op trainingskamp in Zuid-Afrika, waar hij in hele goede vorm verkeerde. Totdat het op de laatste dag in zijn achilles schoot, waardoor hij ook figuurlijk ver van huis was. Door die blessure moest hij het indoorseizoen aan zich voorbij laten gaan. De 31-jarige atleet kreeg in maart ook nog eens een positieve testuitslag op corona binnen. Een quarantaine van tien dagen zorgde ervoor dat hij weer niet veel kon doen. ‘Dat was een hele heftige periode voor mij’.

Vertrouwen terug

Na een zware periode wachtte Agard in april een trainingsstage in het Turkse Belek. Eindelijk kon hij weer serieus met zijn teamgenoten trainen, de 400-meterlopers uit de stal van Laurent Meuwly. ‘Mijn focus in Turkije was vooral om weer trainingsfit te worden, pijnvrij te kunnen lopen en trainingen te kunnen afmaken. Tijdens het trainingsblok lag de focus vooral op uithoudingsvermogen en kracht, zeg maar de basis weer goed zetten voor de komende zomer. De focus lag natuurlijk op de WK Estafette. De trainingen waar ik positief op terugkijk zijn de lactaattrainingen (verzuring treedt op), ook al houd ik niet van dat soort trainingen. Maar dat zijn de trainingen waar ik stappen op kan maken en waardoor ik het vertrouwen terugkrijg.’ Langzaam kreeg de op Curaçao geboren atleet het vertrouwen terug in zijn sprintsnelheid. Echter is er nog veel werk aan de winkel. Vier vrouwen en vier mannen uit zijn trainingsgroep wonnen in maart de Europese titel op de 4×400 meter. Op dat niveau loopt de atleet nog niet. ‘Momenteel zit ik nog een paar stappen achter de groep.’ Ook zijn trainingsperiode in Turkije kende geen normale afloop. Op 17 april werd het trainingskamp afgelast vanwege enkele positieve coronagevallen in de groep. Dat zorgde voor een paar dagen chaos, maar al snel waren de Nederlandse atleten weer in Nederland. ‘De staf heeft de juiste beslissing genomen om het trainingskamp af te breken en iedereen zo snel mogelijk naar huis te sturen. Je wilt natuurlijk niet voor een WK dat er atleten zijn die positief getest zijn. Vooral niet voor de 4×400 meter mannen en mix, die zich nog moeten plaatsen voor de Spelen. Eerst moest ik snel alles inpakken, maar daarna verliep de terugreis gewoon als iedere andere reis. Het zijn moeilijke tijden die we allemaal meemaken en we proberen er met z’n allen het beste van te maken.’

Lieke Klaver en Terrence Agard in actie tijdens een sprinttraining in Belek.

‘Ik ben blij dat ik de race fit en gezond heb afgemaakt. Dat was voor mij het belangrijkste.’

Comeback op WK

Met een sterke lichting 400-meterlopers reisde Agard af naar de WK estafette, die in het Poolse Chorzów werden gehouden. Het probleem waar hij voor vreesde, dat een atleet positief zou testen op corona, werd gelukkig geen werkelijkheid. Agard keek uit naar de WK, ook al had hij veel spanning doordat hij bij de WK een comeback zou maken. De Nederlandse 400-metermannen reisden met een duidelijk doel naar Polen af: een finaleplek en dus ook een ticket voor de Spelen op zowel de 4×400 meter als de gemengde estafette. En zo geschiedde. Op zaterdag 1 mei stelden alle nog niet gekwalificeerde Nederlandse teams een Olympisch startbewijs veilig. Agard kreeg pas de volgende dag te horen dat hij die zondag voor het eerst sinds tien maanden weer een wedstrijd kon lopen. Hij werd ingezet als laatste loper op de Mixed Relay, dat sinds enkele jaren een officieel atletiekonderdeel is. De sprinter wist zich met Nout Wardenburg, Eveline Saalberg en Laura de Witte niet in de prijzen te lopen. Desondanks was het toernooi voor Agard een succes, want hij kon zonder blessure sprinten. ‘Het voelde goed om weer te kunnen lopen. Ik ben blij dat ik de race fit en gezond heb afgemaakt. Dat was voor mij het belangrijkste. Mijn tijd op de 400 meter was ook goed (46.03). Nu doortrainen en weer wedstrijdvorm krijgen.’

Dubbelen in Tokio

De gemengde estafette is sinds 2019 een discipline van mondiaal niveau. Tijdens de ‘Mixed Relay’ lopen twee mannen en twee vrouwen een 400 meter in estafettevorm. De volgorde is zelf te bepalen. Agard is positief over het nieuwe atletiekonderdeel. ‘Dit is goed voor de sport en geeft aan dat mannen en vrouwen ook tegelijkertijd tegen elkaar kunnen sprinten.’ Dat er genoeg Nederlandse kandidaten zijn voor de Olympische estafette is duidelijk. Aan de coaches de taak om de sprinters op de juiste plek te zetten. Of Agard in Tokio op de 4×400 meter mannen of mix in actie komt, is nog de vraag. Zijn doel is duidelijk: op de Spelen wil hij zowel de estafette als de individuele 400 meter lopen. Via het wereldwijde puntensysteem World Rankings wil Agard kwalificatie voor de 400 meter op de Spelen afdwingen. Hij moet deze zomer bij de top 36 van de wereld horen en anders hebben voldaan aan de limiet van 44.90. ‘Ik moet hiervoor goed gaan presteren komende zomer. Afgelopen tijd was best wel zwaar voor mij, maar ik kom er wel bovenop. Dat weet ik zeker.’

Foto’s: Erik van Leeuwen en Dany Brand

Porn videos

0 commentaar
FacebookTwitterEmail
Nieuwe berichten
Oude berichten
Hardloopkalender

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten