Home Laatste Nieuws Rising Star: Kyan Ridderbos

Rising Star: Kyan Ridderbos

door Tijn Piest

In deze uitgave van de rubriek Rising Stars belichten we Kyan Ridderbos. Hij is 18 jaar en komt uit Olst. Zaterdag finishte hij op korte afstand van kampioen Sam van Keulen als tweede op het Nederlands wegkampioenschap 5 kilometer onder 20 jaar. Dat terwijl hij daarvoor nog nooit in de top vijf op een NK was gefinisht. Op trainingskamp in Oostenrijk timmert hij nu, onder begeleiding van coach Gert-Jan Wassink, hard aan zijn voorbereiding voor het baanseizoen. Tijd voor een verdere kennismaking met Kyan, die uit een fanatiek loopgezin komt en zich ook opmaakt voor zijn examen gymnasium.

Zaterdag pakte je je eerste NK-plak in het Goffertpark in Nijmegen. Heb jij jezelf verbaasd?

‘Ik heb mezelf zeker verbaasd met de zilveren medaille. Ik had mij ingeschreven met het idee om een mooi nieuw pr te lopen. Een week eerder liep ik tijdens de IJsselloop in Deventer al 15:28 minuten, dus ik hoopte onder de 15 minuten en 20 seconden te duiken, of misschien zelf 15:15. Dat dat uiteindelijk 15:08 is geworden heeft me toch wel verrast. Vooral dat ik tweede werd verbaasde mij heel erg. Ik wist dat ik fit was, maar ik had op de deelnemerslijst al meerdere snelle namen zien staan, dus ik had rond de vijfde of zesde plek verwacht. Maar tweede, nee, die had ik niet zien aankomen. Op de foto is de verbazing ook zo goed te zien op mijn gezicht. En nog steeds heb ik echt zo’n onwerkelijk gevoel in mijn hoofd elke keer als ik er goed over nadenk.’

Welke momenten herinner je je nog van de race?

‘Ik weet nog goed dat mijn start niet heel super was. Ik startte derde rij, met voor me wat mensen die meteen iets minder snel gingen dan de kop. Daarom ben ik het eerste stuk helemaal aan de zijkant gaan lopen om zo snel mogelijk in te halen, wat gelukkig heel makkelijk ging. Na 250 meter zat ik al mooi in de kopgroep en ben ik lekker achter Sam blijven hangen. Toen met nog zo’n 1,5 kilometer te gaan ging Sam versnellen. Ik heb toen echt getwijfeld of ik met hem mee moest gaan, want ik voelde me echt nog heel fit. Toch heb ik besloten om in de groep te blijven, omdat eigenlijk niemand achter Sam aanging. Mijn gedachte was dat ik beter iets veiliger zou lopen, met een grote kans op podium, dan dat ik achter Sam aan zou gaan en me vervolgens helemaal stuk zou lopen. Dus ik ben in de groep gebleven en ik heb daar de kop gepakt. Ik had toen verwacht dat de andere jongens wel langs me heen zouden komen, maar dat gebeurde maar niet.’

‘Met nog 750 meter te gaan keek ik achterom en zag ik dat de rest het zwaar begon te krijgen, terwijl ik er nog aardig fris bijliep (ik was een beetje aan het sparen voor een eindsprint). Toen ben ik dus zelf maar gaan versnellen en heb ik de anderen vrij snel gedropt. Ik ben de versnelling blijven opbouwen met de gedachte bij een snelle tijd, wat uiteindelijk dus mooi is gelukt. Toen ik over de finish kwam, was ik niet echt helemaal kapot, dus er zit echt nog wel een snellere tijd in. Achteraf denk ik daarom dus ook dat ik best wel met Sam mee had gekund tijdens zijn versnelling. Ik weet niet of ik hem dan had kunnen pakken, maar dan hadden we elkaar wel iets meer kunnen opjagen en allebei nog sneller kunnen lopen misschien.’

Eerder in deze rubriek -> Sam van Keulen

Wat betekent dit zilver op het NK 5 kilometer voor je?

‘Dit zilver is voor mij het begin van het waarmaken van mijn droom. Zoals veel fanatieke sporters wil ik het liefst ooit tot de besten van de wereld behoren en meedoen met EK’s, WK’s en natuurlijk de Olympische Spelen. Deze zilveren plak is voor mij een mooie bevestiging dat ik daarvoor op de goede weg zit.’

Hoe ben jij ooit in aanraking gekomen met atletiek?

Kyan tijdens een training bij het Oostenrijkse Leutasch, waar hij nu verblijft.

‘Ik heb vroeger best een tijdje op voetbal gezeten. Daar vond ik het altijd het leukst om op het middenveld te staan en zoveel mogelijk te rennen. Op gegeven moment heeft mijn vader toen gezegd dat ik wel een keer mee kon met zijn hardloopgroepje: gewoon een paar vrienden die elke zondag een duurloop deden. Dat heb ik toen een aantal keer gedaan en ik vond het best leuk en gezellig. Mijn vader deed ook crosswedstrijdjes via het Sallands Crosscircuit in Overijssel. Daar heb ik toen een keer meegedaan met een kidsrun, waar ik ook meteen derde werd. Daar ben ik verliefd geworden op het hardlopen en het podium. Ik heb toen eerst nog een tijd die crosswedstrijdjes gecombineerd met voetbal, maar toen ik het voetbal minder leuk begon te vinden, ben ik in 2018 lid geworden bij atletiekvereniging Daventria in Deventer.’

Op welke manier speelde jouw gezin daar een rol in?

‘In mijn gezin loopt eigenlijk iedereen, mijn ouders zijn nu allebei zelfs trainer van hun eigen loopgroepje. Mijn broertje en zusje lopen allebei net als ik best fanatiek. Ik ben ook echt gaan hardlopen omdat mijn ouders het deden. Nu ondersteunen mijn ouders mij met alles wat betreft het hardlopen en proberen mee te denken hoe ik in mijn drukke schema nog steeds zoveel mogelijk kan trainen.’

Wat is je favoriete afstand?

‘Vroeger heb ik altijd gezegd: hoe langer de afstand, hoe beter ik ben (vergeleken met leeftijdsgenoten zeg maar). Nog steeds ben ik beter in de langere afstanden en die vind ik dan ook het leukst. Maar ik hoef nou ook weer niet marathons te lopen ofzo. Als ik zou moeten kiezen, zou ik toch zeggen dat ik de 5 nu het leukste vind, wat ik eigenlijk altijd al heb gevonden. Maar een 1500 meter vind ik ook altijd leuk, juist omdat het zo kort en snel is. De 3000 meter zit daar tussenin, dus je zou verwachten dat dat me ook zou liggen, maar daar ben ik nog niet helemaal vrienden mee.’

Je traint in Apeldoorn bij Running Movements. Hoe ziet jouw trainingsomgeving eruit?

‘Ik train nu inderdaad in Apeldoorn bij Running Movements. Daar train ik onder Gert-Jan Wassink en Henk Liefers. Dat is een leuke groep met meerdere andere goede lopers met wie ik samen kan trainen, onder wie Martijn van der Lecq en Inge Lugtenberg. Het is vanuit Olst, waar ik woon, wel een stukje rijden (35 tot 40 minuten), maar ik heb daar goede begeleiding. Ik train meestal elke dag één keer. Daarvan is het twee keer krachttraining en verder lopen. Nu op trainingskamp is dat wel een stuk meer, omdat ik dan ook kan slapen tussen de middag en ik veel beter kan herstellen tussen trainingen door.’

Wat heb je de afgelopen winter vooral geleerd van je coaches?

‘Lastige vraag wel dit. Wat Gert-Jan sowieso veel tegen mij heeft gezegd: consistency is key. Je kan dus beter iets rustigere trainen zonder blessures, dan telkens een aantal weken echt goed en zwaar te trainen om er vervolgens weer een paar weken uit te liggen. Daarom houden we in normale weken ook best wel in op kilometers. Ik ben niet zo groot, maar ik groei nog steeds, wat mij best blessuregevoelig maakt. Daarom blijf ik dus gewoon een beetje rustig aan doen, in ieder geval tot na de examens.’

Heb je een favoriete training? Kun je die beschrijven?

‘Ik heb niet heel erg een favoriete training, maar er zijn wel trainingen die ik leuk vind en juist trainingen die ik minder vind. Waar ik altijd wel fan van ben is 400-metertjes. Bij ons is de gewoonte altijd om twee dagen voor een wedstrijd 10x 400 meter te doen, rond het tempo van de 5 kilometer. De pauzes is afhankelijk van hoe zwaar we ‘m willen hebben. Voor de wedstrijd is het meestal 90 seconden, maar in een zwaardere training gaan de herhalingen omhoog en wordt de pauze 60 of 30 seconden. Dan mag het tempo wat omlaag. Altijd een heerlijke training. 400 meter is gewoon een heerlijke afstand om vaak te herhalen. Daarnaast ben ik ook altijd heel erg fan van duurlopen. Gewoon een beetje kletsen met trainingsmaatjes en ondertussen nieuwe paden ontdekken, daar kan ik wel erg van genieten.’

Wat doe je naast hardlopen? Is het goed te combineren?

‘Ik ben op dit moment bezig met het laatste jaar van mijn middelbare school. Ik doe VWO gymnasium en ik mag over een paar weken examen doen. Ik moet dus ook nog een beetje studeren dit trainingskamp. Ik heb het geluk dat ik vrij makkelijk leer, waardoor ik als ik niet op school ben, er ook niet echt mee bezig hoef te zijn. Daardoor is het aardig goed te combineren. Nog steeds is het af en toe best wel druk en moet ik echt goed plannen wanneer ik de trainingen kan doen.’

Heb je een bijbaantje? Waarom wel of niet?

‘Nee, op dit moment heb ik geen bijbaan meer. Ik heb 2,5 jaar als vakkenvuller bij de plus gewerkt, maar daar ben ik eind vorig jaar mee gestopt. Ik was namelijk altijd druk en daardoor kon ik niet zo goed meer herstellen. Deels daardoor waarschijnlijk heb ik vorig jaar best een tijdje last gehad van een blessure in mijn rug. Ik heb vorig jaar daardoor niet consistent kunnen trainen en ben in die tijd dus ook nauwelijks vooruit gegaan. Omdat ik het werk niet zo leuk (meer) vond en ik ondertussen aardig wat bij elkaar had gespaard, heb ik besloten in ieder geval tot na de examens niet meer te werken.’

Wat doe je het liefst naast hardlopen?

‘Ik ben gewoon het liefst zoveel mogelijk actief. Volleyballen met vrienden, een rondje wandelen met de hond, een paar baantjes zwemmen: ik vind het allemaal leuk. Bewegen is echt een hobby, maar soms is dat niet zo handig als je ook nog goed wil herstellen. Gelukkig houd ik ook erg van lezen, dus ik kan ook gewoon met een boek in bed of op de bank gaan liggen. Qua boeken lees ik eigenlijk niet echt over sport, maar meer thrillers zegmaar. Ik lees vooral Engelse boeken, die van Dan Brown (van de Davinci-code) lees ik graag.’

Ik las dat je een dag na het NK alweer vertrok op trainingskamp, in Oostenrijk. Waarop focus je je en waar kijk je het meest naar uit?

‘Wij zitten nu twee weken in Leutasch, dichtbij Innsbruck, op ongeveer 1200m hoogte. Het plan is om hier twee keer per dag te trainen, de kilometers een heel stuk omhoog. Uiteindelijk is het doel vooral om hier gewoon zo sterk mogelijk uit te komen, zodat ik dit baanseizoen kan gaan knallen. De groep die hier zit is heel gezellig en de omgeving is prachtig, dus het zal heel erg genieten worden!’

Lees ook: Voor thuispubliek stelt Mike Foppen zelden teleur

Heb je al wedstrijden staan dit outdoorseizoen?

‘Wat sowieso op de planning staat is Next Generation Athletics (zaterdag 16 mei). Daar ga ik op de 5000 meter proberen onder de 15 minuten te duiken. Verder zal ik wat trackmeetings doen met vooral wat kortere afstanden, zodat ik iets meer aan die hoge snelheden gewend kan raken. Het wordt een beetje van alles wat komend seizoen. Af en toe loop ik een 1500 meter en zelfs een 800, maar ook natuurlijk een aantal 5000 meters en toch een keer een 3000 meter (om daar toch ook maar een keer een snelle tijd op te zetten). Bij de NK onder 20 jaar (26 t/m 28 juni) loop ik de 5000 meter. Daar train ik vooral naartoe.’

Wanneer is jouw 2026 geslaagd?

‘Mijn jaar is helemaal geslaagd als ik Nederlands kampioen ben. Als ik dat haal, ben ik echt tevreden. Maar ik zou ook al heel tevreden zijn met een tijd onder de 15 minuten op 5000 meter. Daarnaast wil ik ook vooral de middelbare school slagen, terwijl ik gewoon goed kan blijven trainen. En vooral blessurevrij kan blijven. Als dat nou echt allemaal zou lukken, dan zou het wel echt een topjaar zijn voor mij. Volgend jaar zijn de EK atletiek onder 20 jaar. Ik heb er wel vertrouwen in dat ik me daarvoor kan kwalificeren, als alles goed blijft gaan.’

Foto’s: Bjorn Parée & eigen bezit

Nieuwsoverzicht

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten