Home Auteur

In deze onzekere coronaperiode is het afwachten op wedstrijden. Wat zijn de plannen voor het indoor- en outdoorseizoen? Hoe wordt bepaald welke marathonlopers naar de Olympische Spelen mogen? Wij zijn erg benieuwd en interviewden daarom Ad Roskam, technisch directeur bij de Atletiekunie.

Winst behalen

Allereerst blikt Ad Roskam terug op een heel bijzonder 2020. Een jaar waarin het moeilijk was om te plannen. ‘Ik ben dan ook erg tevreden over de manier waarop we met de omstandigheden zijn omgegaan. Eén van onze kerntaken is het uitzenden van nationale teams naar de internationale toernooien, maar die zijn één voor één gecanceld of uitgesteld. Dat is erg frustrerend voor ons, maar ook voor de atleten en coaches.’ Het vizier van de Atletiekunie kwam meteen te liggen op het fit houden van de topatleten. Daarnaast probeerde de Nederlandse atletiekbond winst te behalen door slim met de omstandigheden om te gaan. ‘Door alternatieve trainingen en trainingslocaties, testtrainingen en later testwedstrijden hebben we kunnen zien dat het overgrote deel van de atleten en coaches die uitstekend hebben ingevuld. We verwachten ook de derde golf succesvol te doorstaan en zodra de toernooien weer doorgang kunnen vinden daar klaar voor te zijn.’ Stilstaan bij tegenslagen is voor topsporters uit den boze, want ze trainen met het doel om de beste versie van zichzelf te worden. Volgens Roskam doet een beetje crisis het hart van de atleet sneller kloppen. ‘Ik vind het dan ook fantastisch om te zien hoe atleten, coaches en verenigingen met veel creativiteit de boel draaiende hebben gehouden en naast onze topsporters ook heel veel jeugd door hebben kunnen laten trainen. Dat is enorm belangrijk voor onze sport!’

‘Voor een flink deel van onze topatleten is atletiek hun beroep en het is goed dat ook dat wordt erkend.’

Uitdaging

Volgens Roskam liep de Atletiekunie tegen elk probleem aan dat elk bedrijf ook tegen is gekomen. Iedereen op het bondsbureau werkt momenteel thuis, maar de technische staf geeft op Papendal gewoon de dagelijkse trainingen. Natuurlijk met strakke protocollen en heel veel maatregelen. ‘Dat blijkt tot nu toe zeer effectief.’ Toch zijn er een aantal ontheffingen van kracht voor de topsporters op het nationaal sportcentrum. ‘We zijn ons er erg van bewust dat dit een groot voorrecht is en onze coaches en atleten realiseren zich dat ook. Voor een flink deel van onze topatleten is atletiek hun beroep en het is goed dat ook dat wordt erkend. Door het wegvallen van wedstrijden en bijbehorende start- en prijzengelden is het voor veel atleten al moeilijk genoeg.’ Financieel zijn er voor de bond genoeg uitdagingen, maar het blijft een gezonde bond. De financiering voor het topsportprogramma 2021, met veel geplande internationale toernooien, is rond. ‘We hebben met onze sponsoren goede afspraken kunnen maken over de beperkte exposure in 2020. Alle sponsoren hebben bijzonder veel begrip getoond en blijken oprechte partners van de Atletiekunie. Daar zijn we uiteraard heel erg blij mee.’

NK en EK indoor

De Nederlandse atletiekbond is momenteel druk bezig met de titeltoernooien van de komende twee maanden. Op 13 en 14 februari vinden de NK Indoor Meerkamp plaats in Apeldoorn en op 20 en 21 februari de NK Indoor Senioren. Van 5 tot en met 7 maart volgen de EK indoor in het Poolse Toruń. Duidelijk is dat Omnisport in Apeldoorn kleinere deelnemersaantallen toelaat, maar hoe kunnen Nederlandse atleten zich verder kwalificeren voor de EK? ‘Naast het organiseren van de NK zijn we aan het onderzoeken of we weer enkele kwalificatiewedstrijden gericht op de EK indoor kunnen organiseren’, gaat de voormalig prestatiemanager bij NOC*NSF verder. ‘Er zijn een beperkt aantal wedstrijden in het buitenland, echter ook met beperkte deelname. De complicerende factor bij reizen naar het buitenland is de verplichte thuisquarantaine daarna. Hoe dan ook, het zal allemaal voor een beperkt aantal topatleten mogelijk zijn en die zullen daar persoonlijk over worden geïnformeerd.’

Ad Roskam verwelkomt de Nederlanders op het WK atletiek in 2019.

Olympische marathonlopers

Roskam buigt zich ook over de Nederlandse marathonlopers die zich hebben gekwalificeerd voor de Olympische Spelen. Abdi Nageeye, Bart van Nunen, Björn Koreman en Frank Futselaar hebben voldaan aan de limiet. Een luxeprobleem voor de Atletiekunie, want slechts drie atleten mogen naar de marathon in Sapporo. Dit voorjaar volgen nog meer pogingen van Nederlandse lopers. Roskam vindt het fantastisch dat steeds meer atleten doorstromen naar het absolute topniveau. ‘Natuurlijk hoop ik dat zich nog meer kandidaten tonen in het voorjaar. Dat kan het niveau alleen maar ten goede komen, ook met het oog op de jaren hierna!’ De atleet met de snelste marathontijd gaat sowieso naar de Spelen. De startplaatsen twee en drie zijn aanwijsplaatsen. Hierbij kunnen de positie op de seizoensranglijst, de omstandigheden bij de marathon en het prestatiepaspoort een rol spelen. Op basis van de eisen en procedures geeft de technische staf een advies aan de technisch directeur. Hij, Roskam dus, maakt uiteindelijk de beslissing welke atleten naar de Spelen mogen. Er is een bezwaarprocedure voor als de regels niet goed worden toegepast. Bovengenoemde regels worden al meerdere jaren aangehouden voor alle toernooien en onderdelen. Doordat prestaties afhankelijk zijn van de omstandigheden, is er ruimte voor aanwijsplaatsen waarbij meerdere factoren een rol spelen. ‘Voor de Olympische marathon hebben we de gehele procedure met de tot nu toe betrokken atleten en coaches doorgenomen. Naar aanleiding van dat overleg is besloten dat elke atleet, eventueel bijgestaan door zijn of haar coach, zelf voor de technische staf kan komen uitleggen wie hij of zij de beste kandidaat voor de aanwijsplaatsen vindt op basis van de gepubliceerde criteria. De bondscoach (Grete Koens), die zelf een atleet traint, zal bij deze procedure geen deel uitmaken van de technische staf. Dat geldt overigens ook weer voor andere onderdelen dan de marathon. Tot slot zal de Atletencommissie als waarnemer bij de hele procedure met een vertegenwoordiger aanwezig zijn.’

Doorbraken

Roskam, die zich inzet voor de atleten en coaches van Nederland, laat weten dat er geen onderlinge wedstrijd voor de marathonlopers komt. ‘De atleten moeten de vrijheid hebben hun eigen periodisering te kiezen en of ze al dan niet nog een marathon in het voorjaar willen lopen en welke dat is.’ Door de aanstormende talenten zit de atletiek in de lift. Dat past goed bij het hoofddoel van Roskam: structureel medailles en finaleplaatsen op internationale toernooien. Om dat te realiseren, wordt een systeem gebouwd dat talenten identificeert en ontwikkelt tot professionele topatleten. ‘Dat opsporen en ontwikkelen van talenten geldt niet alleen voor atleten, maar ook voor coaches en de experts die onze atleten begeleiden’, gaat Roskam verder. ‘Het systeem verfijnen en doorontwikkelen en de bemensing van alle sleutelfuncties daarin optimaal invullen was en is mijn voornaamste taak. De Atletiekunie heeft als sportbond een nog veel bredere verantwoording en richt zich op de ontwikkeling van de sport in al haar facetten.’ De technisch directeur kijkt uiteraard enorm uit naar hopelijk een mooi sportjaar. ‘We hebben een geweldige groep atleten die komend jaar kan tonen dat ze mondiaal competitief zijn. Afgelopen zomer waren al een aantal spectaculaire doorbraken te zien en er zullen ook de komende zomer weer talenten en topatleten zijn die een grote stap zetten en in hun leeftijd of onderdeel een doorbraak maken!’

Foto’s: Ruud van Bragt en Erik van Leeuwen

0 commentaar
FacebookTwitterEmail

De komende maanden barst de strijd om Olympische kwalificatie los. De marathonlopers weten dat ze aan de bak moeten om een plaatsje in het drietal dat wordt uitgezonden te bemachtigen. Tom Hendrikse grijpt zijn kans om aan de limiet te voldoen, ook al moet hij nog debuteren op de klassieke afstand.

Experimenteren met omvang

Hoewel 2020 een lastig jaar was, heeft Hendrikse toch aardig wat wedstrijdprikkels achter de rug. In het verkorte baanseizoen verbeterde hij zijn persoonlijk record op zowel de 5000 meter (14:11) als de 10.000 meter (29:25). Bij testwedstrijden op de weg liep hij zelfs nog harder. Toch is de 22-jarige atleet een echte crosser en daarom mist hij de crosswedstrijden het meest. ‘Voor mij is de Sylvestercross in Soest de mooiste wedstrijd, dus toen die niet door kon gaan, baalde ik wel eventjes.’ Zijn idee om voor een marathon te gaan trainen ontstond tijdens de coronaperiode. ‘Als er geen wedstrijden zijn, ga je logischerwijs meer trainen omdat je daar meer tijd voor hebt in mijn geval. In februari liep ik voor het eerst twee weken achter elkaar 150 kilometer. Dit voelde sterk en makkelijk.’ In september kwam hij met het idee om dit jaar een marathon te lopen en sindsdien is hij er vol voor gegaan. Samen met zijn coach Eddy Kiemel is hij wat gaan experimenteren met de omvang in zijn trainingsweken. ‘Dit ging erg goed. Ik wist al wel een langere tijd dat ik bestemd ben voor de lange afstanden. Dit was echter een bevestiging voor mij!’

‘Deze kans wil ik niet laten schieten!’

Marathontempo

Na zijn debuut op de halve marathon in mei (1:04.44) wilde hij kijken of er nog meer in zat. Op 20 december deed Hendrikse een test over 25 kilometer. Hij liep op het marathontempo van 2 uur en 10 minuten, 3:05 per kilometer dus. Zijn doorkomsttijd op de halve marathon (1:04.50) voelde sterk aan en uiteindelijk wist Hendrikse de 25 kilometer in 1 uur en 17 minuten af te leggen. Een geslaagde test op weg naar de marathon. ‘Ook omdat die dag windkracht 4 stond en ik op een openvlakte liep. Het was die dag druk met mensen, dus ik moest af en toe even slalommen. Ik ben nog wat aan het experimenteren met het innemen van sportvoeding van Maurten, wat erg goed bevalt! De optimale formule heb ik nu gevonden, alleen had ik die tijdens de 25 kilometer nog niet. Ik heb er vertrouwen in dat, als ik nog even een aantal weken train en goed de sportvoeding inneem, ik iets moois kan laten zien op de marathon!’

Tom Hendrikse tijdens een duurloop in Dwingelo.

Bidondrager

Sinds december ben ik bezig met langere trainingen. De eerste weken van het jaar verliepen voor Hendrikse erg goed. ‘Het waren veel duurlopen op rustig tempo. Gelukkig woon ik in het prachtige Drenthe, dus was het niet erg om even hard te lopen. Twee weken geleden liep ik 195 kilometer. Afgelopen week verliep erg goed en de trainingen vlogen voorbij. Het is soms voor mijn bidondrager zwaarder en kouder dan voor mij’, blikt hij lachend terug, ‘maar gelukkig heeft ze verwarmde handschoenen. Zonder de support van mijn vriendin en mijn ouders had ik dit nooit gekund! Ik train in blokken: twee weken grote omvang en één week rust. Ik loop weliswaar veel kilometers, alleen de 42,195 kilometer heb ik nog niet gedaan. Ik vind dat ik mij pas een marathonloper kan noemen als ik er eentje heb weten te volbrengen!’

Ook last van koude handen? Hier koop je verwarmde handschoen

Startplek in Zwitserland

Hendrikse wordt begeleid door Volare Sports. Het managementbureau heeft hem binnen weten te krijgen bij een marathon in Zwitserland. Daar staan nog meer Nederlanders op de startlijst. Meer over deze wedstrijd kunnen we helaas nog niet delen. ‘Nu er schoenen met carbonplaat op de markt zijn, die het hardlopen ondersteunen, zie je dat meer atleten een limietpoging doen en ook halen! Dit is natuurlijk fantastisch voor de sport. Ik verwacht dat de limiet (nu 2:11.30) na deze Olympische Spelen scherper wordt gesteld. Daarom wil ik deze kans met twee handen aangrijpen en kijken of mij het ook lukt!’ Na zijn specifieke marathonvoorbereiding zal Hendrikse terugzakken in zijn aanzienlijke weekomvang. Dan zal hij zich weer gaan richten op de 5 en 10 kilometer. Afstanden die erg belangrijk zijn voor een snelle marathon. ‘Ik ben nog jong en vind het wel belangrijk om mij niet al te vroeg te richten op de marathon. Alleen is de kans om een Olympische Spelen te halen nu dichterbij dan voorheen. Deze kans wil ik dus niet laten schieten!’

Hoofdfoto: Bjorn Parée

0 commentaar
FacebookTwitterEmail

Jip Vastenburg: ‘Ik kan geen beter begin wensen van 2021’

door Tijn Piest

Op de tweede dag van het nieuwe jaar liep Jip Vastenburg al onder de limiet voor de EK indoor. Intussen werkt ze ook toe naar haar tweede marathon ergens in het voorjaar. Op de klassieke afstand wil de 26-jarige hardloopster Olympische kwalificatie afdwingen. Wat is ze van plan?

Weinig indoorervaring

Na elf jaar stond Jip Vastenburg op 2 januari weer aan de start van een indoorwedstrijd. In Manchester, haar woon- en trainingsplaats, liep ze net als haar trainingsmaatje Ciara Mageean de 3000 meter. Haar deelnames aan deze indoordiscipline zijn op één hand te tellen, maar in de buitenlucht heeft ze wel veel ervaring met de 3000 meter. Met haar 8:49,50 uit 2015 staat Vastenburg namelijk zesde op de allertijdenlijst in Nederland. De Britse Aimee Pratt wilde in Manchester voor de limiet gaan van 9:00. Ze zou weggaan op een tempo rond de 2:57 per kilometer. Ondanks weinig indoorervaring verliep de race van Vastenburg erg goed. Zij en de andere deelneemsters konden goed jagen op Pratt. ‘Wij konden ons treintje mooi aanhaken. Na twee kilometer viel het tempo wat terug en ik voelde me nog erg goed. Toen heb ik de leiding overgenomen en het tempo weer een beetje opgeschroefd. Uiteindelijk was ik net niet snel genoeg om aan te haken bij de versnelling van Ciara, maar toch ben ik zeer tevreden met mijn tijd.’ De langeafstandsloopster liep 8:55.36 op de 3000 meter, waarmee ze in de top vijf van Nederland staat. Ze liep ook nog eens bijna vijf seconden onder de limiet voor de EK indoor. Als corona niet te veel roet in het eten gooit, worden die in maart gehouden.

Jip Vastenburg op de 3000 meter indoor achter Ciara Mageaan en Aimee Pratt.

Belangrijke trainingsperiode

In februari vorig jaar maakte Vastenburg met 2:33.40 een mooi debuut op de marathon. In Sevilla liep ze haar laatste wedstrijd voor de lockdown. Haar enige andere wedstrijden waren een 5 kilometer testwedstrijd en een kleinschalige 10 kilometer. 2020 gebruikte ze vooral om heel erg fit uit de coronaperiode te komen. ‘Met een marathon en een mooie tijd op de 5 kilometer (15:47) vond ik het eigenlijk allemaal wel prima zoals het ging. Ik denk dat deze lange trainingsperiode voor de rest van mijn carrière wel heel erg belangrijk gaat zijn en dat ik daar zeker de vruchten van kan plukken. Motivatie was in dat opzicht niet zo moeilijk, omdat ik genoeg kan sparren met mijn teamgenoten.’ Na een trainingsstage in Sankt Moritz in augustus is Vastenburg tot en met half december in Manchester geweest. Ze heeft een mega goed trainingsblok achter de rug. ‘Ik heb veel trainingen kunnen combineren met Ciara Mageean en we hielden elkaar heel erg scherp. Af en toe moest Steve Vernon (coach) even inspringen om ons af te remmen, maar over het algemeen hebben we ontzettend goed samengewerkt. Het werkt ontzettend motiverend om te kunnen trainen met iemand die zo’n goed niveau heeft. Ik kon aan de trainingen wel zien dat ik in goede vorm verkeerde en ik keek dan ook erg uit naar de mogelijkheid om te kunnen racen.’

Jip Vastenburg gaat van start bij de 5 kilometer tegen haar trainingsgenoot Adam Craig.

EK indoor

Vastenburg weet nog niet of ze meedoet aan de Europese kampioenschappen indoor. Die staan op dit moment gepland staan voor 5, 6 en 7 maart in het Poolse Torùn Het is natuurlijk ook nog niet zeker of het titeltoernooi doorgaat. ‘Om heel eerlijk te zijn was ik daar tot aan de wedstrijd totaal niet mee bezig. De EK indoor heeft eigenlijk nooit echt in mijn vizier gestaan. Ik wist tot na de wedstrijd eigenlijk niet eens waar het zou plaatsvinden. Ik vind het heel moeilijk om een voorspelling te geven of wedstrijden wel of niet doorgaan. Gelukkig zijn we daar nu een beetje aan gewend geraakt en we gaan het zien.’ Deze week gaat de deelneemster aan de Spelen van Rio met haar coach een kopje koffie drinken en nadenken over haar wedstrijden dit jaar. Definitieve plannen voor Olympische kwalificatie moeten nog op tafel komen. ‘Ik sta nu op een punt in training dat we nog alle kanten uit kunnen en dat is wel een mooie uitgangspositie.’

Mogelijkheid op de marathon

Eén optie ligt open. Op 25 april staat een marathon in het Britse plaatsje Wrexham gepland. Daar kan Vastenburg van start, dus er is in ieder geval een mogelijkheid voor haar om een tweede marathon te lopen. ‘Als de keuze daarop gaat vallen, dan gaat de voorbereiding al wel snel beginnen.’ Dit voorjaar gaat ze zich in ieder geval wagen aan de Olympische limiet van 2 uur, 28 minuten en 30 seconden. Het hoofdoel van Vastenburg is duidelijk: de marathon. Op de 42,195 kilometer schat ze haar kansen het best in, hoewel ze nu op een punt staat dat ze nog alle kanten uit kan. ‘Dat is wel een mooie uitgangspositie. Ik kan in ieder geval geen beter begin wensen van hopelijk een prachtig jaar.’

Foto’s: Peter Brown en Dan Vernon

Embed instagram
0 commentaar
FacebookTwitterEmail

De twintig beste atleten van 2020

door Tijn Piest

Het jaar 2020 gaat de boeken in als coronajaar, maar toch konden er heel wat wedstrijden plaatsvinden. De Nederlanders vielen op, want er werden veel goede prestaties geleverd: nationale records, beste jaartijden, een Europees record en zelfs een wereldrecord! We hebben een lijst gemaakt met de twintig meest opvallende atleten in 2020. Geen verkiezing, maar gewoon twintig uitblinkende atleten, met jullie hulp, op een rijtje gezet.

Jill Holterman

In maart liep Jill Holterman ruim onder de EK-limiet (1:13.00) door bij de CPC Loop na 1:11.41 te finishen op de halve marathon. In Den Haag voldeed ook Jacelyn Gruppen met 1:12.39 aan de eis, net voordat corona Nederland in zijn greep kreeg. Holterman besloot meteen maar voor haar eerste marathon te gaan trainen. Niet zonder succes, want in Valencia maakte ze met 2:34.52 een mooi debuut op haar nieuwe favoriete afstand.

Mahadi Abdi Ali pakte in maart zijn eerste nationale titel. Daarna legde de goedlachse atleet de focus op zijn favoriete afstand: de 1500 meter. In september verbeterde hij zijn persoonlijk record met bijna vier seconden naar 3:37,43. Door een magische race in Heusden neemt hij beslag op de negende plaats allertijden.

Andrea Deelstra zag de marathon van Tokio als de ultieme kans om zich voor haar tweede Olympische Spelen te kwalificeren. Na een teleurstellende limietpoging zette ze haar zinnen op Valencia. Met kramp in de benen kwam ze na 2:28.28 over de finish, waar ze slechts twee tellen over hield. Ook al belandde ze door een allergische reactie in het ziekenhuis, de limiet was binnen.

Tony van Diepen liet zien zowel op de 400 als 800 meter goed uit de voeten te kunnen. Hij imponeerde door naast een overtuigende Nederlandse indoortitel ook drie races in het buitenland te winnen. In september volgde de kroon op zijn seizoen in Ostrava. Met zijn 1:44.82 op de 800 meter staat hij vijfde allertijden. We zijn benieuwd op welke afstand hij volgend jaar zijn focus legt.

Een geweldig jaar was het ook voor Zoë Sedney. Indoor pakte de hordeloopster met een Nederlands juniorenrecord zilver op de NK. Bij de NK junioren won ze goud op de 100 meter, 200 meter en 100 meter horden. Bij de prestigieuze Diamond League in Doha eindigde ze het seizoen met een vijfde plaats en 13.24, de negende tijd allertijden.

Toen Jochem Dobber in februari vierde werd op de NK indoor had hij niet kunnen denken dat hij in augustus Nederlands kampioen zou worden. Daarnaast sneuvelde het ene naar het andere PR op de 400 meter en mocht hij van start bij grote internationale wedstrijden, zoals de Diamond League in Rome. Met 45.64 en veel ervaringen rijker is hij klaar voor Olympische kwalifciatie.

Voor Bregje Sloot was 2020 het jaar van haar doorbraak. Ze haalde zes seconden van haar persoonlijk record op de 800 meter af. Door haar enorme progressie mocht Sloot van start bij internationale wedstrijden. Ze sloot het seizoen af met 2:01.53 in Bellinzona, waardoor ze dit jaar de snelste Europese atlete uit deze eeuw is.

Diane van Es

Diane van Es beleefde een meer dan succesvol jaar op de lange afstand. Na de nationale crosstitel won ze NK-goud op de 5.000 meter en brons en de limiet voor de EK onder 23 jaar op de 10.000 meter. Haar 8:53 op de 3000 en 15:26 op de 5000 meter zorgden voor de achtste en tiende plaats op de Nederlandse ranglijst. Door deze snelle tijden komt de Olympische Spelen langzaam in zicht.

Ook 800-meterloopster Suzanne Voorrips liet zich dit jaar van haar beste kant zien. Nadat ze in februari al de Nederlandse indoortitel veilig stelde, wilde ze in augustus dolgraag ook de titel in de buitenlucht winnen. Na lang afwachten pakte ze in Utrecht het goud. In Heusden bevestigde ze haar topvorm door 2:02,77 te lopen.

Een prachtig jaar was het ook voor Frank Futselaar. Na een succesvolle hoogtestage in Sankt Moritz pakte hij NK-zilver op de 5000 meter en brons op de NK 10.000 meter in dikke persoonlijke records. Bij de Londen Marathon moest Futselaar vanwege kramp uitstappen, maar Valencia maakte veel goed. Na 42 kilometer en 195 meter dook hij precies in de Olympische limiet van 2 uur, 11 minuten en 30 seconden over de finish. Nu is het hopen dat hij wordt uitgezonden naar de Spelen, want er mogen slechts drie marathonlopers naar Sapporo.

Djoao Lobles zorgde voor verbazing op de 800 meter. Op de indoorbaan in Apeldoorn pakte hij twee juniorentitels, een Nederlands juniorenrecord op de 400 meter en ook nog goud bij de senioren. In Utrecht kaapte hij na een zenuwslopende finale het NK-goud weg en in Amersfoort won hij ook nog met gemak het kampioenschap bij de junioren. Met zijn razendsnelle 1:45.96 laat hij zien kans te maken om volgend jaar onder de Olympische limiet te lopen.

Op de 3000 meter steeplechase was Irene van der Reijken weer onverslaanbaar. Nadat ze met overmacht haar vierde nationale titel op naam schreef, was ze in Berlijn gebrand om het Nederlands record te verbeteren. In het Olympiastadion, waar ze steeds een plaatsje in het topveld opschoof, scherpte ze het record van Miranda Boonstra met 3,6 seconde aan naar 9:34,80. Ook op de 800, 1500, 3000, 5000 meter en 10.000 meter wist Van der Reijken een persoonlijk record te lopen. Volgend jaar waagt ze zich aan de Olympische limiet van 9:30.

Richard Douma begon het jaar bijzonder goed door in Valencia met 28:08 het Nederlands record op de 10 kilometer te evenaren. Hij bleef goed in vorm en pakte in augustus zijn derde achtereenvolgende Nederlandse titel op de 1500 meter. Douma is zeker nog niet klaar op de 1500 meter, maar gaat zich mogelijk de komende jaren toeleggen op de 5000 en 10.000 meter.

Na de afgelasting van de marathon van Rotterdam besloot Bart van Nunen veel snelheidsprikkels op de baan mee te pakken. Terwijl deze een beetje tegenvielen, bleek zijn marathonvoorbereiding wel aan te slaan. Zijn harde werken werd beloond met een prachtige 2 uur, 10 minuten en 16 seconden in Valencia. Ondanks een valpartij liep Van Nunen liep ruim onder de Olympische limiet, verbeterde hij zijn persoonlijk record met drie minuten en staat hij achtste op de marathonranglijst.

Lieke Klaver

Lieke Klaver liet zien dat ze naast de 400 meter ook een goede 200 meter beheerst. Naast de Nederlandse indoor- en outdoortitel belandde ze in het buitenland van het ene in het andere succes. Op de 200 meter noteerde ze met 22,66 de beste Europese tijd dit jaar. Het hoogtepunt van haar seizoen was overduidelijk de Diamond League in Rome, waar ze de Europese jaartijd verbeterde. Klaver won de 400 meter met overtuiging in 50,98, de tweede snelste tijd in Nederland.

Björn Koreman had pech, maar ook veel geluk. In april zou hij vijf Nederlanders in de Rotterdam Marathon hazen, maar die werd door corona afgelast. In juli liep hij een hersenschudding op door een val tijdens het hardlopen, maar daarna kwam hij sterker terug. In Dresden liep hij een sensationele 1:02.44 op de halve marathon, waardoor hij de snelste Nederlander dit jaar is. Drie geplande marathons gingen niet door, maar enkele dagen voor de Wenen Marathon kreeg Koreman een mailtje dat hij mocht starten. Hij greep de kans aan en liep met 2:11.07 naar de winst en 23 seconden onder de Olympische limiet.

Nadine Visser werkte al een mooi indoorseizoen af door bij de NK goud (60 meter horden) en brons (60 meter) te winnen. Outdoor werd het echter nog mooier, want op zowel de 100 meter horden als sprint werd ze Nederlands kampioene. In het buitenland wist ze alle wedstrijden te winnen, behalve in het Poolse Chorzow. Ook Visser kan terugkijken op een fantastisch jaar, waarin ze twee keer 12.68 neerzette en de beste van de wereld was.

Zijn drie Nederlandse titels (3000 meter indoor, 5000 en 10.000 meter outdoor) waren voor Mike Foppen dit jaar ongeveer de minst bijzondere prestaties. In juli verbrak hij het Nederlands record op de 5 kilometer van Kamiel Maase met 13:31 en een maand later evenaarde hij zijn record op de 5000 meter bij de Diamond League in Monaco. Door zijn 13:13.06 liep hij ook nog eens onder de Olympische limiet. Daarnaast wist hij er ook nog een verbazingwekkende 1500 meter (3:36.01 = vijfde tijd van NL), 3000 meter (7:39.75 = tweede tijd van NL) en 10.000 meter (27:59.10 = beste Europese jaartijd) uit te persen. Hopelijk zet Foppen zijn topvorm door naar de 10 kilometer in Madrid, waar hij op Oudjaarsdag het Nederlands record gaat aanvallen.

Sifan Hassan

Haar eerste wedstrijd liep Sifan Hassan pas in augustus, toen ze in Monaco uitstapte op de 5000 meter. Ze kwam in veel betere vorm en dat liet ze zien bij de Diamond League in Brussel. Hassan overtuigde door het werelduurrecord van Dire Tune te verpulveren van 18.517 naar 18.930 meter. Na de winst in Ostrava sloot ze het seizoen af met een 10.000 meter bij de ingelaste Nazomerwedstrijd in Hengelo. In de stromende regen liep ze met 29:36,67 het Europees record van Paula Radcliffe (30.01,09) aan diggelen.

Femke Bol was de verrassing van het jaar. Het 20-jarige talent liep bij haar eerste wedstrijd over 400 meter horden met 54.47 meteen onder het Nederlands record. Op 18 juli liep ze op Papendal het bijna twintig jaar oude record van Ester Goossens (54,62) uit de boeken. Na tien hordes bleef de klok stilstaan op een officiële 53 seconden en 79 honderdsten. Daarbovenop kwamen nog bijzondere overwinningen in de Diamond League van Stockholm en Rome. Door de 53.79 is Bol dit jaar wereldwijd de beste op de 400 meter horden en dat in haar tweede jaar op deze discipline.

De foto’s zijn gemaakt door Alex Purvis, Erik van Leeuwen, Coen Schilderman, Quinten Lafort en Austrian Athletics.

0 commentaar
FacebookTwitterEmail

Ook Ronald Schröer gaat voor Olympische kwalificatie op de marathon

door Tijn Piest

Deze maand voldeden al drie Nederlandse marathonlopers aan de limiet voor de Olympische Spelen. Ronald Schröer wil zich komend voorjaar ook proberen te kwalificeren op de klassieke afstand. De 36-jarige hardloper heeft al zestien (of zeventien) marathons achter de rug, maar moet naar eigen zeggen zijn debuut nog maken.

Nieuw tijdperk

Ronald Schröer is een gevestigde naam in de Nederlandse atletiek. Zijn nationale titels zijn niet meer op één hand te tellen en hij droeg het oranje bij EK’s op de marathon, baan en cross. Ook al heeft hij al een lange carrière achter zich, Schröer is zeker nog niet klaar. ‘Zonder gekkigheid, eigenlijk moet ik mijn debuut nog maken. Dat klinkt gek, maar zo zie ik het zelf wel. Mijn debuut in een nieuw tijdperk op een carbonschoen.’ Na al die jaren denkt de langeafstandsloper nog veel progressie te kunnen boeken. Samen met zijn coach heeft hij acht zones aangemaakt. Zones gekoppeld aan hartslag en snelheid. ‘We gaan de komende maanden vooral investeren in een zone die net onder marathontempo ligt. Dus veel meer kwalitatieve kilometers maken dan ik eerder heb gedaan rondom marathonintensiteit. Daar moet de winst vooral gaan liggen.’

‘Ik vind het vervelend dat ik bij organisaties op dit moment als kanttekening moet vermelden dat ik nog niet liep op een carbonschoen.’

Alleen trainen

Zeventien jaar trainde Schröer bij Team Distance Runners op de schema’s van Guido Hartensveld. Onder die coach liep hij in 2012 de 10.000 meter in 28 minuten en 32 seconden. Dat beschouwt hij als het hoogtepunt uit zijn carrière. ‘Ik leefde er al meer dan een jaar naar toe. Dag in, dag uit.’ In 2017 stapte hij over naar Gerard van Lent. Bij TDR trainde hij veelal met een andere topatleet, zoals Michel Butter. Nu is meer op zichzelf aangewezen. ‘Het grootste verschil is dat je bij TDR meedraait in het programma. Dat kan ook bijna niet anders, want je kunt moeilijk dertig individuele schema’s creëren. Nu heb ik een individueel schema en het leuke met Gerard is dat ik zelf ook mee mag denken en sparren over eventuele trainingen. Daar krijg ik veel energie van.’ De meeste trainingen werkt hij in zijn eentje af, maar af en toe krijgt hij gezelschap van oude trainingsgenoten. ‘Ik spreek nog wel eens af met Michel Butter of Jurjen Polderman. Het zou leuker zijn om vaker iets te kunnen combineren, maar het maakt me wel hard.’ Sinds de zomer heeft hij weer een trainingsmaat: marathonloper Remyo Tielsema. Samen hebben ze echter nog weinig gelopen, omdat Schröer lang geblesseerd is geweest. Nu hij de normale trainingen kan oppakken, heeft zijn loopmaatje last van een pijntje. Schröer had al eerder plannen om weg te gaan bij TDR, maar bleef vanwege het groepsaspect. ‘Ik had het idee dat ik wellicht veel moeite zou hebben met alleen trainen. Maar ondertussen vind ik het erg fijn en ben ik blij dat ik dat besluit heb genomen. Ik kom niet in de verleiding om te hard te trainen. Aan de andere kant mag ik me soms wel wat meer uitdagen, maar dat gaat nu ook erg goed. Het verschil is dus dat ik me nu heel precies aan mijn opdracht kan houden. Trainen op precies mijn hartslag, geen slag lager of hoger: heerlijk.’

Ronald Schröer werkt een marathontraining af op zijn carbonschoenen.

Eerlijke kwalificatie

De atleet van AV Zaanland erkent dat Olympische kwalificatie een mega ambitieus doel is. Echter heeft Schröer nog geen marathon op een schoen met carbonplaat gelopen. Hij denkt dat dat hij door deze ontwikkeling in de buurt kan komen van de limiet van 2:11.30. Wel zal hij waarschijnlijk harder moeten lopen dan de 2:11.07 van Björn Koreman. Ook moet hij rekening houden met Khalid Choukoud, Mohamed Ali, Frank Futselaar en Roy Hoornweg, die nog harder willen lopen in het voorjaar. Genoeg kandidaten voor de marathon in Sapporo, maar er mogen maar drie atleten door de Atletiekunie worden gestuurd. Abdi Nageeye is met 2:06.17 zo goed als zeker van kwalificatie en ook Bart van Nunen staat er met 2:10.16 goed voor. Voor Schröer is het lastig om bij een marathon binnen te komen. Dat komt omdat zijn persoonlijk record, dat hij vorig jaar in Düsseldorf liep, op 2:16.00 staat. ‘Ik vind het vervelend dat ik bij organisaties op dit moment als kanttekening moet vermelden dat ik nog niet liep op een carbonschoen. Ik weet niet eens of ik wel een goede responder ben op de schoen. Laten we maar hopen van wel. Daar schijnt namelijk ook nog best wat verschil in te zitten van persoon tot persoon. Het is nu dus nog niet duidelijk waar ik een poging zou kunnen doen. Met een beetje pech krijg ik niet eens een kans. Ik vind dat er hier een grote rol ligt voor de Atletiekunie om eerlijke kansen te bieden aan iedereen.’

Atletiekunie

Schröer, die naast hardloper ook podoloog en registerpodoloog is, heeft al een begin gemaakt aan zijn marathonvoorbereiding. ‘Ik heb een flinke achterstand opgelopen in de zomermaanden, dus ik moet extra hard werken om mijn basis op orde te krijgen. Maar dankzij mannen als Björn Koreman en Frank Futselaar en de peptalk van Greg van Hest ben ik enorm gemotiveerd geraakt (meer dan ooit) om er vol voor te gaan. Bedankt dus mannen.’ Al vier Nederlanders hebben zich gekwalificeerd voor de Spelen van volgend jaar. Schröer vindt vooral dat alle atleten die zich willen kwalificeren een gelijke kans moeten hebben. ‘Je kunt nu niet meer zeggen als Atletiekunie zijnde: hey, we organiseren trials in april en de eerste drie gaan naar de Spelen. Dat kan niet, dat had je vooraf moeten bedenken. Voor nu zou ik dus vooral zeggen: de snelste drie lopers gaan er heen. Wel is het zo dat iedereen een eerlijke kans moet krijgen om mee te doen in een marathon. Zelf word ik al afgewimpeld om mee te doen in Bern in maart. Dat is natuurlijk erg frustrerend, want veel kansen zijn er niet. Nogmaals: ik vind echt dat de Atletiekunie hier een belangrijke rol in moet spleen om desnoods een race op een snel parcours te gaan organiseren. Iedereen die de intentie heeft om zich te plaatsen zou een eerlijke kans moeten krijgen, ook in deze coronapandemie. Maar ja ze hebben al vier atleten, dus waarom zouden ze?’

Ronald Schroer loopt in de duinen van zijn trainingsomgeving Egmond.

Kroon op zijn carrière

De achtvoudig EK-deelnemer heeft al een mooie carrière achter de rug. Een snelle marathontijd waarmee hij zich kan meten met de Nederlandse top is het enige wat nog ontbreekt. ‘Als de tijd zo snel wordt dat ik daarmee zelfs naar Sapporo zou mogen, dan is dat een kroon op mijn hele carrière. Maar voor nu moet ik er vooral voor zorgen dat ik er iedere dag het uiterste uit kan halen, want er moet veel werk worden verricht.’ Het einde van zijn topsportcarrière heeft Schröer voorlopig nog niet in zicht. Hij ziet veel mannen die een stuk ouder zijn en zelfs nationale records lopen op de marathon. ‘Dat motiveert en wellicht komt ook dit weer door de nieuwe schoenen van tegenwoordig. De elasticiteit in de spieren is minder, maar met deze schoenen is dat weer terug. Het duurvermogen is goed, zo niet beter dan de jonkies. Dat zie je ook al jaren in sporten zoals het wielrennen en langlaufen.’

Foto’s: Erik van Leeuwen en eigen bezit

Vimeo embed
0 commentaar
FacebookTwitterEmail
Nieuwe berichten
Oude berichten
Nieuwsoverzicht

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten