Home Auteur
De kandidaten voor de Olympische tickets op de marathon zijn bekend

Nederland kende nog nooit zo een krankzinnige strijd om de Olympische marathontickets. Daarna werd er door vijf kandidaten een presentatie geven voor de commissie. Inzet, de twee overgebleven startbewijzen voor Tokio. Op 8 augustus 00:00 starten Abdi Nageeye, Khalid Choukoud en Bart van Nunen van start op de Olympische Spelen.

Hier vind je alle uitslagen, updates, reacties en verslagen van de Nederlandse atleten in Tokio.

Een hoogst ongebruikelijke situatie, zes mannen liepen de limiet voor de Olympische Spelen, voor slechts drie lag er een startbewijs klaar. Abdi Nageeye, de snelste, was al zeker, de overige vijf gaven op Papendal een presentatie waarom juist zij een startbewijs verdienden. In een zorgvuldige afweging van factoren zoals de omstandigheden waaronder de prestatie is geleverd en de prestatieontwikkeling van de atleten, is geen aanleiding gevonden om af te wijken van de volgorde op de seizoensranglijst. Daarmee zijn de startplekken toegewezen aan Khalid Choukoud en Bart van Nunen. Michel Butter is aangewezen als reserve voor het geval een van de atleten niet kan starten in Sapporo. 

De keuze commissie, bestaande uit alle bondscoaches, behalve Grete Koens, trainster van Bart van Nunen, en oud Nederlands recordhouder op de marathon, Kamiel Maase, besloten dat Abdi Nageeye, Khalid Choukoud en Bart van Nunen naar Sapporo afreizen. Samen met Jill Holterman en Andrea Deelstra heeft Nederland dit jaar dus vijf deelnemers op de Olympisch marathon, een unicum.

De Olympische marathon vindt plaats op 7 en 8 augustus in Sapporo Odori park in Japan. Daar klinkt zaterdag 7 augustus om 07.00 uur het startschot voor de vrouwen en op zondag 8 augustus is het om 07.00 uur de beurt aan de mannen. 

Lees ook: Strijden met een Powerpoint om twee plekken op de Spelen

Mannen

  • Abdi Nageeye (Rotterdam 2019 – 2u06.17) – Geselecteerd voor de Olympische Spelen
  • Khalid Choukoud (Siena 2021 – 2u09.55) – Geselecteerd voor de Olympische Spelen
  • Bart van Nunen (Valencia 2020 – 2u10.14) – Geselecteerd voor de Olympische Spelen
  • Michel Butter (Enschede 2021 – 2u10.30) – Reserve
  • Björn Koreman (Wenen 2020 – 2u11.07)
  • Frank Futselaar (Valencia 2020 – 2u11.30)

Met 2 uur, 6 minuten en 17 seconden heeft Abdi Nageeye veruit de snelste Nederlandse marathontijd staan. De in Ethiopië trainende atleet lijkt ia met zijn toptijd uit 2019 zeker van deelname aan de Olympische Spelen.

Khalid Choukoud liep in Siena 2.09.55, een dik persoonlijk record. Bovendien is het de vierde tijd op de Nederlandse allertijden ranglijst. Van de vijf atleten die onder de Olympische limiet hebben gelopen, heeft hij de tweede tijd staan. Khalid heeft dus een grote kans om te gaan lopen in Sapporo.

Ook Bart van Nunen heeft goede papieren voor uitzending naar Saporro. Zijn 2:10.14 is de derde tijd op de lijst van gekwalificeerden en bovendien heeft hij snelle tijden op de 10 kilometer (28:24) en halve marathon (1:01.47) staan.

Lees ook: Top 5 supplementen voor hardlopers

Zijn snelste marathontijd liep Michel Butter in Amsterdam, waar hij twee seconden onder de magische grens van 2:10 finishte. Vele topklasseringen volgden, maar nooit schopte hij het tot de Olympische Spelen. Op het vliegveld van Twente liep hij 2u10.30 en zijn Olympische droom kwam weer tot leven.

Björn Koreman snelde afgelopen december in Wenen naar 2:11.07 op de marathon. Hij verpulverde zijn marathontijd in pas zijn tweede marathon. Daarnaast deed hij dat een groot deel van de race solo in Wenen.

Op 6 december ‘dook’ Frank Futselaar in exact 2:11.30 over de finish in Valencia. Hij deed daarna nog pogingen in Seina, Enschede en Oostenrijk, maar slaagde er niet in nog sneller te lopen. Na een geslaagde trainingsstage in Kenia hoopte hij 11 april in Siena in de vorm van zijn leven te verkeren. Helaas stapte hij vanwege krampen in zijn kuit na 32 kilometer uit. Een week later tijdens de NN Mission Marathon stapte hij tijdens een nieuwe poging na 30 kilometer uit. Of er nog een poging komt is nog niet bekend.

Lees ook: Vrienden Frank Futselaar & Björn Koreman over afgunst, limieten en natuurlijk de Spelen

Vrouwen

Bij de vrouwen zijn er twee atletes geplaatst;

  • Jill Holterman (Enschede 2021 – 2u28.18)
  • Andrea Deelstra(Valencia 2020 – 2u28.28)

Jill Holterman heeft een goede voorbereiding met veel marathontrainingen achter de rug. Dit betaalde zich uit in een prachtige 2u28.18 in Enschede. Plaatsing voor de Olympische Spelen en de zevende tijd ooit gelopen door een Nederlandse dame.

In november 2020 liep Andrea Deelstra onder de 2:28.30. In Valencia bleef ze slechts twee seconden onder de limiet en met die tijd op zak bereidt ze zich voor op de Olympische marathon.

Uitzending naar de Spelen

De Olympische marathon vindt op 7 augustus (vrouwen) en 8 augustus (mannen) plaats in Sapporo, ruim 800 kilometer boven Tokio. De atleet met de snelste tijd mag sowieso deelnemen in Japan. Op dit moment is Abdi Nageeye de snelste man en zijn Jill Holterman en Andrea Deelstra zeker van de Olympische Spelen. De overige twee plaatsen bij de mannen zijn aanwijsplaatsen, waarbij ook rekening kan worden gehouden met omstandigheden in de marathon en prestaties in het verleden (prestatiepaspoort). Gekwalificeerde atleten mogen zich samen met hun trainer presenteren tegenover een commissie van vier bondscoaches van de Atletiekunie en oud Nederlands recordhouder op de marathon Kamiel Maase. De tijd zal wel de zwaarste component zijn.

Lees ook: Top 5 supplementen voor hardlopers

Foto’s: NN Running Team, Erik van Leeuwen, Austrian Athletics, Dan Vernon, Gisela Maubach en Alex Purvis.

0 commentaar
FacebookTwitterEmail
Laurent Meuwly over de succesvolle 400-metergroep en kansen op de Spelen

De EK indoor begin maart bleek een ongekend succes voor Nederland. Van de tien Nederlandse medaillewinnaars komen vijf atleten uit de stal van Laurent Meuwly. De 46-jarige Zwitser tilt de 400-metergroep naar een steeds hoger niveau.

Februari 2021

Drie keer goud

In april 2019 begon Laurent Meuwly als bondcoach 400 meter, 400 meter horden en estafette bij de Atletiekunie. Onder de indruk van de Nederlandse topsportfaciliteiten maakte hij de overstap van de Zwitserse atletiekfederatie naar de Nederlandse bond. Twee van zijn atleten kreeg hij mee: Lea Sprunger, Europees kampioene op de 400 meter, en Ajla del Ponte, de beste van Europa op de 60 meter. Op Papendal maakte Meuwly onder andere kennis met assistent-coach Bram Peters en Liemarvin Bonevacia, Jochem Dobber, Ramsey Angela, Lieke Klaver en Femke Bol, toppers op de 400 meter en 400 meter horden. Dat deze atleten twee jaar later goed zouden zijn voor drie keer goud en één keer brons komt voor Meuwly niet als een hele grote verrassing. ‘Ik wil niet zeggen dat het meer was dan ik dacht, maar het was geweldig om in Toruń te kunnen laten zien hoe hard we hebben gewerkt afgelopen winter.’ Met goud op de 400 meter én 4×400 meter bij zowel de mannen als de vrouwen was het een intens weekend voor de bondcoach. ‘Voor het toernooi zag het er op papier erg goed uit, maar indoor (vooral op de 400 meter en estafettes) is er altijd een beetje onzekerheid.’

Laurent Meuwly (links) en Bram Peters in gesprek met Ramsey Angela.

Mixed relay

Na een weekje vakantie is de sprintgroep van Meuwly en Peters weer volop in training. Deze zomer lonkt namelijk het hoofddoel. ‘Ik heb zin om de trend van vorig outdoorseizoen door te zetten. Het werk in de winter is belangrijk voor de zomer. We hebben nu drie maanden om te werken aan de finetuning voor de Olympische Spelen.’ Een aantal van zijn atleten heeft zich afgelopen outdoorseizoen al kunnen laten zien bij Diamond Leagues. De bondscoach denkt dat zijn atleten zich in het sportwalhalla van aankomende zomer kunnen meten met de wereldtop. ‘Wereldniveau, vooral op de 400 meter, is next level en de prestaties zitten erg dicht bij elkaar. Echter hebben we met Lieke en Femke twee atleten die kunnen strijden met de absolute top. Onze mannenestafette is ook goed uitgebalanceerd. En we hebben een nieuwe kans.’ Die nieuwe kans wordt voor het eerst in een wedstrijd uitgeprobeerd bij de World Relays. Deze officieuze WK estafette worden op 1 en 2 mei gehouden in het Poolse Chorzów. De Nederlandse atleten gaan voor Olympische kwalificatie en starten op de traditionele 4×100 en 4×400 meter, maar ook bij de ‘mixed relay’. Nederland deed nog nooit internationaal mee op dit onderdeel, waarbij twee mannen en twee vrouwen in zelfgekozen volgorde 4×400 meter lopen. Mocht dit goed uitpakken, dan zullen vier Nederlandse toppers op de Olympische Spelen meedoen aan dit in 2017 geïntroduceerde onderdeel.

Laurent Meuwly begeleidt de estafettevrouwen bij een wedstrijd op Papendal vorig jaar.

Toekomstige Olympisch kampioen

Nog even terug naar de 400-metergroep, waarvoor Laurent Meuwly naar Nederland werd gehaald. Mede door zijn inzichten is de groepsdynamiek op Papendal verbeterd en is het niveau van de toppers op de lange sprint omhooggegaan. Een veel genoemde naam is Femke Bol, het megatalent op de 400 meter horden. De 21-jarige atlete scherpte vorig jaar het Nederlands record aan en won elke wedstrijd die ze liep. Afgelopen indoorseizoen dook ze op de 400 meter bij maar liefst vijf wedstrijden onder de nationale toptijd, waarvan drie keer onder het outdoorrecord. Op zowel de 400 meter vlak als met horden kan Bol dus goed uit de voeten. Volgens haar coach is het echter niet realistisch dat ze op de Spelen beide afstanden doet. ‘Als Femke wil strijden voor een medaille moet ze focussen op één individueel onderdeel. Dat gaat de 400 meter horden worden. Ik heb liever dat ze focust op één onderdeel en op haar best presteert dan dat ze twee onderdelen doet en gemiddeld is.’

‘Ik denk dat ze een tijd kan lopen die op het niveau zit van Olympisch goud.’

Laurent Meuwly over Femke Bol

Meuwly heeft het vertrouwen dat Bol in de vele jaren die nog voor haar liggen Olympisch kampioene op de 400 meter horden kan worden. ‘Ik denk dat ze een tijd kan lopen die op het niveau van Olympisch goud zit. Ze heeft daar de mogelijkheden voor. Op de Spelen van 2024 is ze 24 en vier jaar later 28: de perfecte leeftijd om je prestatiepiek te halen.’ Maar zover is het nog lang niet. Om de beste van de wereld te worden, moet ze nog anderhalve seconde van haar 53.79 seconden afsnoepen. ‘Haar eerste doel is 53 laag lopen en daarna 52.5. Het wereldrecord (52.16) is nog ver weg. Ze is nog steeds een atleet in ontwikkeling op de 400 meter horden. We moeten veel verbeteren aan haar techniek en ze moet meer ervaren worden.’ Er valt dit jaar dus nog genoeg te schaven aan de atlete, die pas in 2019 haar eerste race over 400 meter horden liep. Natuurlijk draait alles om conditionering en het worden van een sterkere en snellere atleet met meer uithoudingsvermogen. Ze moet ook gezond blijven. Ze moet efficiënter over de horden en er korter op zitten. We zijn al aan het werken aan haar start tot de eerst horde en aan meer ritme op de eerste 200 meter. Het is een lopend proces.’

Femke Bol pakt de Europese indoortitel op de 400 meter.

Medailles op de Spelen

Hoewel het een lastige opgave wordt, maakt Meuwly ook met andere atleten kans op een Olympische medaille. ‘Om de finale te halen, moet je er 100 procent klaar voor zijn en ook een beetje geluk hebben (vooral met de estafettes). Het beste dat we kunnen doen is het halen van zes finales en het minimum is drie. Maar drie finales halen zou al beter zijn dan ooit voor Nederland op de 400 meter, 400 meter horden en estafettes. Ik zie ontwikkeling op de estafette meer als een project op de lange termijn. Natuurlijk heb je successen op de korte termijn nodig om perspectief en een goede dynamiek te bieden (zoals op de EK).’ Of hij Dafne Schippers over gaat halen om in Tokio van start te gaan op de 4×400 meter? ‘Als Dafne de 4×400 meter gaat doen, dan loopt ze niet de 4×100 meter. Op dat onderdeel hebben we haar nodig voor een medaille. Maar Tokio is over vier maanden en er kan veel gebeuren op de weg ernaartoe.’

Foto’s: Bjorn Parée, Orange Pictures en Alexander Hassenstein Pictures

0 commentaar
FacebookTwitterEmail

CTS-talent Sven Roosen: ‘Meerkamp voelt als weekend weg met vrienden!’

door Tijn Piest
CTS-talent Sven Roosen: ‘Meerkamp voelt als weekend weg met vrienden!’

Ook dit jaar ondersteunt het CTS GROUP Talententeam jonge atleten bij het najagen van hun dromen. We volgen vijf potentiële wereldtoppers, onder begeleiding van CTS GROUP en de Atletiekunie, in hun weg naar de top. In deze aflevering: meerkamper Sven Roosen (20), die deze maand zilver won bij de EK onder 23 jaar.

Zilveren weekend

De beste prestatie uit zijn carrière. Voor het eerst meer dan 8000 punten in zijn tweede seniorentienkamp. Een zilveren medaille. Sven Roosen kijkt terug op een geweldig weekend bij de Europese kampioenschappen voor atleten onder de 23 jaar. Het Estse Tallinn was het decor voor het toenooi voor beloften. Dit jaar is hij voor het eerst van de partij bij de senioren, waar letterlijk de lat wat hoger ligt. ‘Het is gewoon super vet om op zo’n hoog niveau te mogen meerkampen.’ Zijn tienkamp begon al goed met 10.85 seconden met lichte tegenwind op het koningsnummer. ‘De 100 meter ging de afgelopen wedstrijden niet helemaal lekker, dus ik was blij dat in topvorm was! Het tweede onderdeel begon met een verre, ongeldige spong. Ik ben wat naar achteren gegaan en kwam bij de tweede perfect op de balk, 7.44 meter! Een mooie afstand en mijn verste sprong ooit (wel teveel meewind). Vervolgens werd het al aardig heet in Tallinn, meer dan 30 graden Celcius. Kogelstoten ging goed en met een eerste ”veilige” poging van net geen 14 meter wist ik dat er wat moois in zou zitten. De tweede poging was 14.75 meter! Het hoogspringen vind ik één van de moeilijkste onderdelen. De wedstrijd begon goed en ontspannen, maar op de hogere hoogtes begon ik wel wat slordige foutjes te maken, waardoor ik strandde op 1.87 meter. Een prima hoogte voor mij, maar ik wist dat de 1.90 mogelijk was. De 400 meter is één van mijn wapens binnen de tienkamp. Het was een lange, zware dag, dus vermoeid was ik wel. Na een geweldige laatste 100 meter stond er een nieuw PR van 47.27 seconden op de klokken. 4220 punten na dag 1, ik stond derde.’

‘Vooraf wist ik dat het mogelijk was om mee te gaan doen voor de medailles. Ik wist dat er ongeveer 7 kanshebbers waren die tussen de 7800 en 8000+ punten konden gaan scoren. Zelf wist ik dat ik in vorm was, maar in de weken voor de meerkamp had ik wel een paar kleine pijntjes die misschien een topscore in de weg konden staan. Gelukkig kon ik door hulp van mijn fysio Luc Schout bij elk onderdeel de volle 100% geven. Of ik zilver had verwacht? Nee. Gehoopt wel.’

Na een korte nacht stonden de hordes om 10:00 uur de atleten op te wachten. Met een pittige eerste dag in de benen zette Sven een slordige hordenrace op de 110 meter neer. ‘Met 14.33 seconden had ik wel weer goede zaken gedaan. De eerste poging met discuswerpen waas weer ”safe” en met net geen 42 meter prima. Ik bleef helaas steken op 41.97 meter, terwijl ik verder wilde voor het bijna veilig te kunnen stellen van een medaille. De wind maakte het lastig bij het polsstokhoogspringen, maar met 4.30 meter was ik zeker niet tevreden en ik had voor mijn gevoel veel punten laten liggen. Mijn concurrenten sprongen wel goed en na polsstok stond ik vierde in het klassement. Het speerwerpen zou een belangrijk onderdeel worden. Ik had de weken voor Tallinn wat last van mijn schouder, waardoor ik een maand niet meer heb speergeworpen. Met een lastige tegenwind wist ik toch tot 58.95 meter te komen, wat gewoon prima is. Mijn naaste concurrenten, behavle de Noor Markus Rooth, deden het niet beter dan ik. Toen wist ik zeker dat ik een medaille zou gaan halen. Door in het spoor mee te gaan van de beste 1500-meterlopers, liep ik uiteindelijk een PR van 4.25.38. Daardoor scoorde ik boven de 8000 punten. Ik haalde 8056 punten en een zilveren medaille!’

Lees ook: CTS GROUP Talententeam: De kampioenen van morgen

Dit is de derde atleet die we belichten in de serie talenten uit het CTS GROUP Talententeam. In de volgende afleveringen lees je de ontwikkeling van Alida van Daalen en Rick van Riel.

Kracht, explosiviteit en dynamiek

Als we Sven naar zijn favoriete onderdeel vragen, antwoordt hij: ‘de meerkamp’. Kiezen uit de tien disciplines bij de tweedaagse wedstrijd vindt hij moeilijk. ‘Het voelt als een weekend weg met vrienden! Tuurlijk heb ik wel onderdelen waar ik beter of juist wat slechter in ben, maar ik vind alles leuk! Zelfs de afsluitende 1500 meter.’ In trainingen houdt hij wel weer van andere onderdelen, zoals polsstokhoogspringen en discuswerpen. Terwijl hij dat in de meerkamp juist weer spannender vindt. ‘Ik ga met heel veel plezier naar de training en vind daar alles eigenlijk wel leuk. Als ik echt zou moeten kiezen, dan zou ik toch wel voor discuswerpen als favoriete onderdeel. Een mix van kracht, explosiviteit en dynamiek!’ Opvallend is dat Sven nooit spijt heeft gehad van de keuze om te blijven meerkampen. Waar veel atleten rond de overstap naar de senioren gaan specialiseren, is Sven bij zijn oude liefde gebleven. ‘Ik vind meerkampen gewoon het leukste om te doen. Doen wat je leuk vindt is altijd belangrijk en ik hoop dat ik dit nog vele jaren kan/mag blijven doen. Twee dagen samen met vrienden strijden om een zo goed mogelijk resultaat. Iedereen gunt elkaar het beste. Dat is wat de meerkamp zo mooi maakt.’

Sven Roosen in gevecht met Sven Jansons bij de Ter Specke Bokaal in Lisse.

Meerkamp of een los onderdeel?

‘Geen uitleg nodig denk ik, meerkamp natuurlijk. Geen enkel ander onderdeel (met alle respect) gaat boven de meerkamp.’

Nederlands record of een medaille op een internationaal kampioenschap?

‘Uhm, die is wat lastiger… Ik zou zeggen een medaille op de Olympische Spelen of WK boven een Nederlands record. Records zijn er om verbroken te worden, medailles zijn voor altijd!’

Juniorenmeerkamp of seniorenmeerkamp?

‘Bij de senioren begint het pas echt! De hoge hordes, zware kogel en discus maken de meerkamp nog uitdagender. De juniorenmeerkamp is heel erg leuk, maar omdat je op deze leeftijden (15-18 jaar) heel veel verschil in lichamelijke ontwikkeling hebt, is het moeilijker om je eerlijk met elkaar te meten. Bij de senioren is iedereen ”volgroeid” en worden de knikkers pas echt eerlijk verdeeld! Daarom kies ik voor de seniorenmeerkamp, misschien ook wel omdat de overgang naar de senioren mij goed is afgegaan hoor”, vult hij aan met een knipoog.

Op bijna alle toernooien kom je je trainingsgenoot, vriend en naamgenoot Sven Jansons tegen. Hoe is het om met hem de strijd aan te gaan?

‘De meerkamp is een strijd met jezelf en doe je samen met anderen. Samen met Sven Jansons hoop ik de komende jaren alle toernooien te doen om uiteindelijk allebei zo goed mogelijk te worden. Daar werken we elke dag samen hard voor en dat is ook de basis voor waar we nu allebei staan. Alleen was dit alles nooit gelukt. In Sven heb ik echt een vriendschap voor het leven! Op en buiten de baan.’

Extra motivatie

Sven Roosen

Sven vindt het ‘super motiverend’ dat hij dankzij CTS GROUP in een team zit met andere talenten. Dat hij gevraagd is voor het Talententeam is een erkenning van zijn talent. ‘Maar ook een onbewust duwtje in de rug van: oké, je bent een talent, maar wat nu?’, gaat hij verder. ‘Door het CTS GROUP Talententeam word ik nog eens extra gemotiveerd om nog beter mijn hobby te beoefenen.’ Dankzij de samenwerking met de Atletiekunie en ASICS krijgt hij steun in zowel financiële als materiële vorm. Nadat zijn familie al op de hoogte werd gesteld, kreeg Sven de dinsdag na de NK indoor van februari te horen dat hij een jaar tot het team behoort. ‘Ik was erg blij en zag het nieuws als een mooie beloning op mijn goede seizoen in 2020 en het vertrouwen in mijn toekomst. Je bent een soort voorbeeld voor de jeugd. Net als de oude leden van het Talententeam dat voor mij vroeger waren, zoals Pieter Braun.’

Obstakels

De naam Pieter Braun noemt Sven niet voor niets, want naast een goede vriend is hij een meerkamper waar Sven nog veel van kan leren. Beide trainen op Papendal. Pieter heeft ervaringen opgedaan bij bijvoorbeeld de Olympische Spelen en is de nummer vier van Nederland. Sven moet nog zijn debuut maken op een seniorentoernooi en valt in Nederland nu net buiten de top tien op de ranglijst. Pieter denkt dat het goed is voor de eerstejaars senior om eens een grote tegenslag mee te maken. ‘Eigenlijk doet Sven van alles goed. Hij traint hard, is goedgezind en snapt de technieken. Maar wat als het een keer net niet loopt? Dan worden de echte kampioenen onderscheiden van de goede sporters. Ik ben heel benieuwd hoe hij daarvan terugkrabbelt. Ik denk dat hij dat nog moet meemaken.’ Sven geeft toe dat hij nog geen echte tegenslag heeft meegemaakt. Ook is hij iemand die een minder moment niet zo snel als een tegenslag zou zien. ‘Ik heb weleens mijn aanvangshoogte op de NK meerkamp gemist of de week voor de NK indoor een botscheurtje gehad. Ik zie dat alleen niet als tegenslagen. Deze dingen horen er gewoon bij en hebben mij alleen maar laten inzien hoe mooi en dankbaar je mag zijn voor het hele proces. Uiteindelijk hoop ik dat ik alle obstakels die nog komen gaan, kan overwinnen. Ik hoop vooral dat ik nog met veel plezier kan blijven meerkampen de komende jaren.’

Bekijk dit filmpje om erachter te komen wat Sven van Pieter kan leren (beeld: Lars van Hoeven).

Via Götzis naar München

Momenteel heeft Sven nog geen concrete plannen voor het verdere verloop van het outdoorseizoen. Vooral wil hij zichzelf verbeteren door het aanpakken van zwakke punten. ‘Polsstokhoogspringen en hoogspringen zullen in de aanloop naar de winter en de rest van dit seizoen zeker veel aandacht krijgen. Ik zal wel nog een paar kleine wedstrijden doen, maar een hele meerkamp staat niet meer op de planning. In de winter ga ik me voorbereiden op een zo goed mogelijke zomer van 2022’, aldus de Nederlands recordhouder bij de junioren. Het is zijn ambitie om zich te blijven verbeteren en vooral het plezier in de meerkamp te koesteren. Dat wil hij onder andere bereiken door volgend jaar mei mee te doen in Götzis. Bij de prestigieuze tienkamp van de kleine Oostenrijkse gemeente strijkt jaarlijks de crème de la crème van de topatleten neer in aanloop naar de grote toernooien. Daar wil hij zich meten met de internationale alleskunners, maar ook heel graag een startbewijs proberen te bemachtigen voor de EK atletiek in München die zomer. De WK in Eugene, die ook volgend jaar plaatsvinden, lijkt nog wat te hoog gegrepen. Daarnaast zijn de Olympische Spelen een groot doel voor Sven, die iets voor het grote sportevenement in Parijs 23 wordt. ‘2024 is misschien een beetje vroeg, maar als ik zulke stappen blijf maken als ik nu doe, is het zeker niet onmogelijk.’

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met CTS GROUP en de Atletiekunie.

Foto’s: Erik van Leeuwen, Bjorn Parée en Paul Raats

Einthusan, Enthusan or Enthusian | dardarkom Hindi and South Indian

0 commentaar
FacebookTwitterEmail
Nieuwe berichten
Oude berichten
Hardloopkalender

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten