Tijn schrijft voor Hardloopnetwerk, als hij niet aan het lopen / studeren is, interviews met Nederlandse (top)atleten, reviews en voorbeschouwingen. Hij woont en traint in de prachtige Achterhoek, studeert journalistiek en drinkt zijn koffie het liefst met een beetje melk.
De EK indoor begin maart bleek een ongekend succes voor Nederland. Van de tien Nederlandse medaillewinnaars komen vijf atleten uit de stal van Laurent Meuwly. De 46-jarige Zwitser tilt de 400-metergroep naar een steeds hoger niveau.
Februari 2021
Drie keer goud
In april 2019 begon Laurent Meuwly als bondcoach 400 meter, 400 meter horden en estafette bij de Atletiekunie. Onder de indruk van de Nederlandse topsportfaciliteiten maakte hij de overstap van de Zwitserse atletiekfederatie naar de Nederlandse bond. Twee van zijn atleten kreeg hij mee: Lea Sprunger, Europees kampioene op de 400 meter, en Ajla del Ponte, de beste van Europa op de 60 meter. Op Papendal maakte Meuwly onder andere kennis met assistent-coach Bram Peters en Liemarvin Bonevacia, Jochem Dobber, Ramsey Angela, Lieke Klaver en Femke Bol, toppers op de 400 meter en 400 meter horden. Dat deze atleten twee jaar later goed zouden zijn voor drie keer goud en één keer brons komt voor Meuwly niet als een hele grote verrassing. ‘Ik wil niet zeggen dat het meer was dan ik dacht, maar het was geweldig om in Toruń te kunnen laten zien hoe hard we hebben gewerkt afgelopen winter.’ Met goud op de 400 meter én 4×400 meter bij zowel de mannen als de vrouwen was het een intens weekend voor de bondcoach. ‘Voor het toernooi zag het er op papier erg goed uit, maar indoor (vooral op de 400 meter en estafettes) is er altijd een beetje onzekerheid.’
Laurent Meuwly (links) en Bram Peters in gesprek met Ramsey Angela.
Mixed relay
Na een weekje vakantie is de sprintgroep van Meuwly en Peters weer volop in training. Deze zomer lonkt namelijk het hoofddoel. ‘Ik heb zin om de trend van vorig outdoorseizoen door te zetten. Het werk in de winter is belangrijk voor de zomer. We hebben nu drie maanden om te werken aan de finetuning voor de Olympische Spelen.’ Een aantal van zijn atleten heeft zich afgelopen outdoorseizoen al kunnen laten zien bij Diamond Leagues. De bondscoach denkt dat zijn atleten zich in het sportwalhalla van aankomende zomer kunnen meten met de wereldtop. ‘Wereldniveau, vooral op de 400 meter, is next level en de prestaties zitten erg dicht bij elkaar. Echter hebben we met Lieke en Femke twee atleten die kunnen strijden met de absolute top. Onze mannenestafette is ook goed uitgebalanceerd. En we hebben een nieuwe kans.’ Die nieuwe kans wordt voor het eerst in een wedstrijd uitgeprobeerd bij de World Relays. Deze officieuze WK estafette worden op 1 en 2 mei gehouden in het Poolse Chorzów. De Nederlandse atleten gaan voor Olympische kwalificatie en starten op de traditionele 4×100 en 4×400 meter, maar ook bij de ‘mixed relay’. Nederland deed nog nooit internationaal mee op dit onderdeel, waarbij twee mannen en twee vrouwen in zelfgekozen volgorde 4×400 meter lopen. Mocht dit goed uitpakken, dan zullen vier Nederlandse toppers op de Olympische Spelen meedoen aan dit in 2017 geïntroduceerde onderdeel.
Laurent Meuwly begeleidt de estafettevrouwen bij een wedstrijd op Papendal vorig jaar.
Toekomstige Olympisch kampioen
Nog even terug naar de 400-metergroep, waarvoor Laurent Meuwly naar Nederland werd gehaald. Mede door zijn inzichten is de groepsdynamiek op Papendal verbeterd en is het niveau van de toppers op de lange sprint omhooggegaan. Een veel genoemde naam is Femke Bol, het megatalent op de 400 meter horden. De 21-jarige atlete scherpte vorig jaar het Nederlands record aan en won elke wedstrijd die ze liep. Afgelopen indoorseizoen dook ze op de 400 meter bij maar liefst vijf wedstrijden onder de nationale toptijd, waarvan drie keer onder het outdoorrecord. Op zowel de 400 meter vlak als met horden kan Bol dus goed uit de voeten. Volgens haar coach is het echter niet realistisch dat ze op de Spelen beide afstanden doet. ‘Als Femke wil strijden voor een medaille moet ze focussen op één individueel onderdeel. Dat gaat de 400 meter horden worden. Ik heb liever dat ze focust op één onderdeel en op haar best presteert dan dat ze twee onderdelen doet en gemiddeld is.’
‘Ik denk dat ze een tijd kan lopen die op het niveau zit van Olympisch goud.’
Laurent Meuwly over Femke Bol
Meuwly heeft het vertrouwen dat Bol in de vele jaren die nog voor haar liggen Olympisch kampioene op de 400 meter horden kan worden. ‘Ik denk dat ze een tijd kan lopen die op het niveau van Olympisch goud zit. Ze heeft daar de mogelijkheden voor. Op de Spelen van 2024 is ze 24 en vier jaar later 28: de perfecte leeftijd om je prestatiepiek te halen.’ Maar zover is het nog lang niet. Om de beste van de wereld te worden, moet ze nog anderhalve seconde van haar 53.79 seconden afsnoepen. ‘Haar eerste doel is 53 laag lopen en daarna 52.5. Het wereldrecord (52.16) is nog ver weg. Ze is nog steeds een atleet in ontwikkeling op de 400 meter horden. We moeten veel verbeteren aan haar techniek en ze moet meer ervaren worden.’ Er valt dit jaar dus nog genoeg te schaven aan de atlete, die pas in 2019 haar eerste race over 400 meter horden liep. Natuurlijk draait alles om conditionering en het worden van een sterkere en snellere atleet met meer uithoudingsvermogen. Ze moet ook gezond blijven. Ze moet efficiënter over de horden en er korter op zitten. We zijn al aan het werken aan haar start tot de eerst horde en aan meer ritme op de eerste 200 meter. Het is een lopend proces.’
Femke Bol pakt de Europese indoortitel op de 400 meter.
Medailles op de Spelen
Hoewel het een lastige opgave wordt, maakt Meuwly ook met andere atleten kans op een Olympische medaille. ‘Om de finale te halen, moet je er 100 procent klaar voor zijn en ook een beetje geluk hebben (vooral met de estafettes). Het beste dat we kunnen doen is het halen van zes finales en het minimum is drie. Maar drie finales halen zou al beter zijn dan ooit voor Nederland op de 400 meter, 400 meter horden en estafettes. Ik zie ontwikkeling op de estafette meer als een project op de lange termijn. Natuurlijk heb je successen op de korte termijn nodig om perspectief en een goede dynamiek te bieden (zoals op de EK).’ Of hij Dafne Schippers over gaat halen om in Tokio van start te gaan op de 4×400 meter? ‘Als Dafne de 4×400 meter gaat doen, dan loopt ze niet de 4×100 meter. Op dat onderdeel hebben we haar nodig voor een medaille. Maar Tokio is over vier maanden en er kan veel gebeuren op de weg ernaartoe.’
Foto’s: Bjorn Parée, Orange Pictures en Alexander Hassenstein Pictures
Ook dit jaar ondersteunt het CTS GROUP Talententeam jonge atleten bij het najagen van hun dromen. We volgen vijf potentiële wereldtoppers, onder begeleiding van CTS GROUP en de Atletiekunie, in hun weg naar de top. In deze aflevering: meerkamper Sven Roosen (20), die deze maand zilver won bij de EK onder 23 jaar.
Zilveren weekend
De beste prestatie uit zijn carrière. Voor het eerst meer dan 8000 punten in zijn tweede seniorentienkamp. Een zilveren medaille. Sven Roosen kijkt terug op een geweldig weekend bij de Europese kampioenschappen voor atleten onder de 23 jaar. Het Estse Tallinn was het decor voor het toenooi voor beloften. Dit jaar is hij voor het eerst van de partij bij de senioren, waar letterlijk de lat wat hoger ligt. ‘Het is gewoon super vet om op zo’n hoog niveau te mogen meerkampen.’ Zijn tienkamp begon al goed met 10.85 seconden met lichte tegenwind op het koningsnummer. ‘De 100 meter ging de afgelopen wedstrijden niet helemaal lekker, dus ik was blij dat in topvorm was! Het tweede onderdeel begon met een verre, ongeldige spong. Ik ben wat naar achteren gegaan en kwam bij de tweede perfect op de balk, 7.44 meter! Een mooie afstand en mijn verste sprong ooit (wel teveel meewind). Vervolgens werd het al aardig heet in Tallinn, meer dan 30 graden Celcius. Kogelstoten ging goed en met een eerste ”veilige” poging van net geen 14 meter wist ik dat er wat moois in zou zitten. De tweede poging was 14.75 meter! Het hoogspringen vind ik één van de moeilijkste onderdelen. De wedstrijd begon goed en ontspannen, maar op de hogere hoogtes begon ik wel wat slordige foutjes te maken, waardoor ik strandde op 1.87 meter. Een prima hoogte voor mij, maar ik wist dat de 1.90 mogelijk was. De 400 meter is één van mijn wapens binnen de tienkamp. Het was een lange, zware dag, dus vermoeid was ik wel. Na een geweldige laatste 100 meter stond er een nieuw PR van 47.27 seconden op de klokken. 4220 punten na dag 1, ik stond derde.’
‘Vooraf wist ik dat het mogelijk was om mee te gaan doen voor de medailles. Ik wist dat er ongeveer 7 kanshebbers waren die tussen de 7800 en 8000+ punten konden gaan scoren. Zelf wist ik dat ik in vorm was, maar in de weken voor de meerkamp had ik wel een paar kleine pijntjes die misschien een topscore in de weg konden staan. Gelukkig kon ik door hulp van mijn fysio Luc Schout bij elk onderdeel de volle 100% geven. Of ik zilver had verwacht? Nee. Gehoopt wel.’
Na een korte nacht stonden de hordes om 10:00 uur de atleten op te wachten. Met een pittige eerste dag in de benen zette Sven een slordige hordenrace op de 110 meter neer. ‘Met 14.33 seconden had ik wel weer goede zaken gedaan. De eerste poging met discuswerpen waas weer ”safe” en met net geen 42 meter prima. Ik bleef helaas steken op 41.97 meter, terwijl ik verder wilde voor het bijna veilig te kunnen stellen van een medaille. De wind maakte het lastig bij het polsstokhoogspringen, maar met 4.30 meter was ik zeker niet tevreden en ik had voor mijn gevoel veel punten laten liggen. Mijn concurrenten sprongen wel goed en na polsstok stond ik vierde in het klassement. Het speerwerpen zou een belangrijk onderdeel worden. Ik had de weken voor Tallinn wat last van mijn schouder, waardoor ik een maand niet meer heb speergeworpen. Met een lastige tegenwind wist ik toch tot 58.95 meter te komen, wat gewoon prima is. Mijn naaste concurrenten, behavle de Noor Markus Rooth, deden het niet beter dan ik. Toen wist ik zeker dat ik een medaille zou gaan halen. Door in het spoor mee te gaan van de beste 1500-meterlopers, liep ik uiteindelijk een PR van 4.25.38. Daardoor scoorde ik boven de 8000 punten. Ik haalde 8056 punten en een zilveren medaille!’
Dit is de derde atleet die we belichten in de serie talenten uit het CTS GROUP Talententeam. In de volgende afleveringen lees je de ontwikkeling van Alida van Daalen en Rick van Riel.
Kracht, explosiviteit en dynamiek
Als we Sven naar zijn favoriete onderdeel vragen, antwoordt hij: ‘de meerkamp’. Kiezen uit de tien disciplines bij de tweedaagse wedstrijd vindt hij moeilijk. ‘Het voelt als een weekend weg met vrienden! Tuurlijk heb ik wel onderdelen waar ik beter of juist wat slechter in ben, maar ik vind alles leuk! Zelfs de afsluitende 1500 meter.’ In trainingen houdt hij wel weer van andere onderdelen, zoals polsstokhoogspringen en discuswerpen. Terwijl hij dat in de meerkamp juist weer spannender vindt. ‘Ik ga met heel veel plezier naar de training en vind daar alles eigenlijk wel leuk. Als ik echt zou moeten kiezen, dan zou ik toch wel voor discuswerpen als favoriete onderdeel. Een mix van kracht, explosiviteit en dynamiek!’ Opvallend is dat Sven nooit spijt heeft gehad van de keuze om te blijven meerkampen. Waar veel atleten rond de overstap naar de senioren gaan specialiseren, is Sven bij zijn oude liefde gebleven. ‘Ik vind meerkampen gewoon het leukste om te doen. Doen wat je leuk vindt is altijd belangrijk en ik hoop dat ik dit nog vele jaren kan/mag blijven doen. Twee dagen samen met vrienden strijden om een zo goed mogelijk resultaat. Iedereen gunt elkaar het beste. Dat is wat de meerkamp zo mooi maakt.’
Sven Roosen in gevecht met Sven Jansons bij de Ter Specke Bokaal in Lisse.
Meerkamp of een los onderdeel?
‘Geen uitleg nodig denk ik, meerkamp natuurlijk. Geen enkel ander onderdeel (met alle respect) gaat boven de meerkamp.’
Nederlands record of een medaille op een internationaal kampioenschap?
‘Uhm, die is wat lastiger… Ik zou zeggen een medaille op de Olympische Spelen of WK boven een Nederlands record. Records zijn er om verbroken te worden, medailles zijn voor altijd!’
Juniorenmeerkamp of seniorenmeerkamp?
‘Bij de senioren begint het pas echt! De hoge hordes, zware kogel en discus maken de meerkamp nog uitdagender. De juniorenmeerkamp is heel erg leuk, maar omdat je op deze leeftijden (15-18 jaar) heel veel verschil in lichamelijke ontwikkeling hebt, is het moeilijker om je eerlijk met elkaar te meten. Bij de senioren is iedereen ”volgroeid” en worden de knikkers pas echt eerlijk verdeeld! Daarom kies ik voor de seniorenmeerkamp, misschien ook wel omdat de overgang naar de senioren mij goed is afgegaan hoor”, vult hij aan met een knipoog.
Op bijna alle toernooien kom je je trainingsgenoot, vriend en naamgenoot Sven Jansons tegen. Hoe is het om met hem de strijd aan te gaan?
‘De meerkamp is een strijd met jezelf en doe je samen met anderen. Samen met Sven Jansons hoop ik de komende jaren alle toernooien te doen om uiteindelijk allebei zo goed mogelijk te worden. Daar werken we elke dag samen hard voor en dat is ook de basis voor waar we nu allebei staan. Alleen was dit alles nooit gelukt. In Sven heb ik echt een vriendschap voor het leven! Op en buiten de baan.’
Extra motivatie
Sven vindt het ‘super motiverend’ dat hij dankzij CTS GROUP in een team zit met andere talenten. Dat hij gevraagd is voor het Talententeam is een erkenning van zijn talent. ‘Maar ook een onbewust duwtje in de rug van: oké, je bent een talent, maar wat nu?’, gaat hij verder. ‘Door het CTS GROUP Talententeam word ik nog eens extra gemotiveerd om nog beter mijn hobby te beoefenen.’ Dankzij de samenwerking met de Atletiekunie en ASICS krijgt hij steun in zowel financiële als materiële vorm. Nadat zijn familie al op de hoogte werd gesteld, kreeg Sven de dinsdag na de NK indoor van februari te horen dat hij een jaar tot het team behoort. ‘Ik was erg blij en zag het nieuws als een mooie beloning op mijn goede seizoen in 2020 en het vertrouwen in mijn toekomst. Je bent een soort voorbeeld voor de jeugd. Net als de oude leden van het Talententeam dat voor mij vroeger waren, zoals Pieter Braun.’
Obstakels
De naam Pieter Braun noemt Sven niet voor niets, want naast een goede vriend is hij een meerkamper waar Sven nog veel van kan leren. Beide trainen op Papendal. Pieter heeft ervaringen opgedaan bij bijvoorbeeld de Olympische Spelen en is de nummer vier van Nederland. Sven moet nog zijn debuut maken op een seniorentoernooi en valt in Nederland nu net buiten de top tien op de ranglijst. Pieter denkt dat het goed is voor de eerstejaars senior om eens een grote tegenslag mee te maken. ‘Eigenlijk doet Sven van alles goed. Hij traint hard, is goedgezind en snapt de technieken. Maar wat als het een keer net niet loopt? Dan worden de echte kampioenen onderscheiden van de goede sporters. Ik ben heel benieuwd hoe hij daarvan terugkrabbelt. Ik denk dat hij dat nog moet meemaken.’ Sven geeft toe dat hij nog geen echte tegenslag heeft meegemaakt. Ook is hij iemand die een minder moment niet zo snel als een tegenslag zou zien. ‘Ik heb weleens mijn aanvangshoogte op de NK meerkamp gemist of de week voor de NK indoor een botscheurtje gehad. Ik zie dat alleen niet als tegenslagen. Deze dingen horen er gewoon bij en hebben mij alleen maar laten inzien hoe mooi en dankbaar je mag zijn voor het hele proces. Uiteindelijk hoop ik dat ik alle obstakels die nog komen gaan, kan overwinnen. Ik hoop vooral dat ik nog met veel plezier kan blijven meerkampen de komende jaren.’
Bekijk dit filmpje om erachter te komen wat Sven van Pieter kan leren (beeld: Lars van Hoeven).
Via Götzis naar München
Momenteel heeft Sven nog geen concrete plannen voor het verdere verloop van het outdoorseizoen. Vooral wil hij zichzelf verbeteren door het aanpakken van zwakke punten. ‘Polsstokhoogspringen en hoogspringen zullen in de aanloop naar de winter en de rest van dit seizoen zeker veel aandacht krijgen. Ik zal wel nog een paar kleine wedstrijden doen, maar een hele meerkamp staat niet meer op de planning. In de winter ga ik me voorbereiden op een zo goed mogelijke zomer van 2022’, aldus de Nederlands recordhouder bij de junioren. Het is zijn ambitie om zich te blijven verbeteren en vooral het plezier in de meerkamp te koesteren. Dat wil hij onder andere bereiken door volgend jaar mei mee te doen in Götzis. Bij de prestigieuze tienkamp van de kleine Oostenrijkse gemeente strijkt jaarlijks de crème de la crème van de topatleten neer in aanloop naar de grote toernooien. Daar wil hij zich meten met de internationale alleskunners, maar ook heel graag een startbewijs proberen te bemachtigen voor de EK atletiek in München die zomer. De WK in Eugene, die ook volgend jaar plaatsvinden, lijkt nog wat te hoog gegrepen. Daarnaast zijn de Olympische Spelen een groot doel voor Sven, die iets voor het grote sportevenement in Parijs 23 wordt. ‘2024 is misschien een beetje vroeg, maar als ik zulke stappen blijf maken als ik nu doe, is het zeker niet onmogelijk.’
Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met CTS GROUP en de Atletiekunie.
Foto’s: Erik van Leeuwen, Bjorn Parée en Paul Raats
Peruth Chemutai werd woensdagavond in Tokio de eerste vrouw die namens Oeganda een Olympische titel wint. In het Japanse Olympisch Stadion liep de 22-jarige atlete verrassend naar de winst op de 3000 meter steeplechase.
De gouden Olympische medaille van Chemutai was haar eerste eremetaal op een internationaal toernooi. Haar 9:01.45 was tevens goed voor een Oegandees record op de steeplechase, het onderdeel met de waterbak en hordes. Ze liep erg geduldig, wachtte af en haalde in de laatste ronde de Keniaanse Hyvin Kiyeng in, die uiteindelijk brons zou veroveren. Courtney Frerichs uit Amerika legde beslag op het zilver.
‘Ik ben blij, ik ben zo blij. Na mijn vijfde plaats op de wereldkampioenschappen in Doha wist ik dat een medaille mogelijk zou zijn als ik een goede race zou lopen. Vandaag was een goede race. Ik had mijn ups en downs in de afgelopen twee jaar, maar het heeft me ook sterker gemaakt. Ik wil mijn trainingspartners in het kamp bedanken, omdat ze me in deze tijden echt zo erg hebben gesteund’, aldus Chemutai na het schrijven van atletiekgeschiedenis in Tokio.
Nederlandse coach
Chemutai wordt in Oeganda getraind door de Nederlandse coach Addy Ruiter. Hij heeft atleten van het Nederlandse managementbureau Global Sports Communication onder zijn hoede. Ook voor Ruiter kwam de prestatie van Chemutai als een verrassing. ‘Haar wedstrijden vielen tot nu toe tegen deze zomer, maar in trainingen is ze al een jaar heel goed. Bij de WK in Doha was ze al vijfde, net als bij het WK Cross in Aarhus (2019). Ik wist dus dat de potentie om een medaille te winnen er was, alleen moest alles op het juiste moment op zijn plaats vallen. In haar serie voerde ze het tactische plan al perfect uit en in de finale deed ze hetzelfde en dan nog harder. Maar dat het goud op zou leveren had ik niet verwacht, we hoopten op een bronzen medaille.’
Oeganda atletiekland
Het allereerste Olympisch goud ooit voor Oeganda betekent natuurlijk veel voor het land. Mogelijk komen in de toekomst een stuk meer Olympische medaillewinnaars uit Oeganda. ‘Het land is vooral goed in atletiek en Peruth is de eerste Oegandese vrouw die een medaille wint en dan ook gelijk een gouden. Het land is dus superblij en dit kan weer een kleine bijdrage leveren in het verbeteren van de positie van de vrouwen in Oeganda. We zijn vooral succesvol sinds 2019, met vier wereldrecords en drie wereldtitels en nu dan goud met Peruth Chemutai en zilver voor Joshua Cheptegei op de 10.000m. Maar er moet nog veel werk verricht worden om continue prijzen te pakken, want het aantal atleten in Oeganda dat serieus de sport beoefent is heel klein.’ Of deze Olympische Spelen nog meer medailles gaat opleveren voor Oeganda? ‘Op de 5000m is er nog een kans met Joshua Cheptegei en Jacob Kiplimo op meer eremetaal, op de andere afstanden gaat dat heel lastig worden.’
Kapchorwa
Wat Iten is voor Kenia, is Kapchorwa voor Oeganda. Gelegen op 1800 meter hoogte, op de hellingen van een uitgedoofde vulkaan, is het een permanente thuisbasis en trainingsbasis voor honderden lopers uit Oeganda en daarbuiten. Naast Chemutai loopt wereldrecordhouder 5000 én 10.000 meter Joshua Cheptegei in Kapchorwa, maar ook de Olympische kampioen marathon van 2012, Stephen Kiprotich.
Op de triatlon is Rachel Klamer dé Nederlandse troef voor een hoge klassering op de Olympische Spelen. Na een goede voorbereiding in het warme buitenland zoekt ze nu wedstrijdprikkels op in aanloop naar haar grote doel dit jaar. Hoe staat ze ervoor?(Update: Rachel Klamer wordt knap vierde op de Olympische Triathlon!)
Namibië
De 30-jarige Klamer begon haar Olympisch jaar in Zuid-Afrika. Daar brengt ze vaker een deel van de Europese winter door, omdat ze getrouwd is met de Zuid-Afrikaan Richard Murray (nummer 4 Olympische triatlon 2016). Vervolgens kon de triatlete in Windhoek (Namibië) aansluiten bij de Nederlandse selectie. Met drie mannen, twee vrouwen en twee coaches, bijna de hele Olympische selectie, bereidde Klamer zich voor in Namibië. In mei trainde ze weer in het land, hoewel ze in eerste instantie nog op hoogte wilde trainen in Europa. ‘Door corona en wederom het nog redelijk koude weer besloten we opnieuw terug te gaan naar Windhoek. Het was daar rustig. We zaten vrij ‘coronaveilig’ en hadden de juiste faciliteiten. Ik was er voor de zesde keer. Ik trainde met een kleinere groep dan normaal, maar dat heeft ook voordelen. Zo kan je bijvoorbeeld wat flexibeler zijn met de planning van de trainingen en locaties.’
Trainen op een eiland
Na thuiskomst van haar eerste stage in Namibië besloot ze om vanaf eind maart een aantal weken op trainingsstage te gaan op het Spaanse eiland Fuerteventura. Daar trainde ze de drie onderdelen die ze al ruim dertien jaar beoefent: zwemmen, fietsen en hardlopen, samen een triatlon. ‘Het weer in Nederland was namelijk nog best koud’, verklaart de veelzijdige atlete. ‘Met lopen vind ik het koude weer geen probleem, maar fietsen is minder prettig.’ Op Fuerteventura heeft de tweevoudig Olympisch deelneemster voornamelijk gefocust op het fietsen, hoewel je er niet perfect kunt fietsen. ‘Thuis ben ik gewend aan veel groen en veel verschillende fietsroutes. Beiden heb je hier niet, maar het lopen en zwemmen was wel ideaal. Door wat klachten met het lopen heb ik minder gelopen, waardoor ik nog meer kon fietsen. Qua zwemtrainingen bleven we ongeveer op hetzelfde niveau trainen.’
Klik hier voor een video van haar trainingsstage op Fuerteventura.
Hardlopen
Voordat Klamer op zeventienjarige leeftijd aan de triatlonsport begon, wist ze goede resultaten te boeken op het zwemmen. Ze vindt het maar goed ook dat ze van jongs af aan heeft gezwommen, ‘want het is mijn zwakste discipline’. Hardlopen doet de in Zimbabwe geboren atlete het liefst. ‘Je kan overal hardlopen en je hebt weinig nodig. Een paar schoenen en je kan bijna gaan waar je wil. Lopen is rustgevend.’ Al meerdere meerdere malen heeft Klamer op het podium gestaan bij loopafstanden op Nederlandse kampioenschappen. In 2009 won ze zelfs de Nederlandse titel 3000 meter bij de junioren. Hardlopen doet ze regelmatig met haar man en vader in Twente, waar ze ook woont. ‘Ik vind dit een mooie omgeving om te trainen en heb in principe alles wat ik nodig heb.’
Meer fietsen
Voor hardlopers is fietsen een goede tweede sport, want op de fiets spreek je op een andere manier je spieren aan. Fietsen is een stuk minder blessuregevoelig. Dat het samen succesvol is, bewees Michel Butter in april met zijn 2:10.30 op de marathon. Ook Klamer is positief over de combinatie hardlopen en fietsen. ‘Zo kan je extra uren maken en werken aan je duurvermogen. Lopen na het fietsen voelt de eerste paar minuten nooit echt prettig, maar na een tijdje voel je dat niet meer. Als je zorgt voor een frequentie die ongeveer gelijk is aan je pasfrequentie met het lopen, dan maak je de overgang makkelijker. Vooral mijn coach Louis Delahaije is voorstander van meer fietsen voor zowel lopers als triatleten. Zorg wel dat je niet in een te zwaar verzet gaat fietsen, want dan is het verschil met lopen minder groot.’
Podium in Tokio
De eerste wedstrijden van het seizoen zitten erop voor Rachel Klamer. In Lissabon werd ze in mei achtste bij de World Cup. In dezelfde serie werd Klamer begin juni in Leeds 31e. Op de Olympische afstand (1,5 kilometer zwemmen, 40 kilometer fietsen en 10 kilometer hardlopen) ging in Engeland de winst naar de Limburgse Maya Kingma. Zowel fysiek als mentaal moet Klamer nog wennen aan het racen. Zolang ze op 27 juli maar in bloedvorm aan de start verschijnt in Tokio. Dan vindt daar de Olympische triatlon plaats over dezelfde afstanden. ‘We denken dat de Spelen in Tokio extra zwaar zullen worden door de warmte. Gelukkig kan ik relatief goed tegen de warmte, dus daar maak ik mij niet zo druk om. Het is belangrijk om superfit aan de start te staan. Wie het laatst moe wordt, heeft de grootste kans om te winnen. Mijn zwemmen blijft mijn zwakste punt, maar uiteindelijk werk ik aan alle drie de disciplines om zo goed mogelijk te worden.’ Toen Klamer zich kwalificeerde voor de Spelen had ze één doel: het podium halen. Het zou een ruime verbetering zijn van haar tiende plaats op de Olympische Spelen van 2016. ‘Of het podium haalbaar is, weet ik niet, maar ergens moet je doelen stellen. Na twee Olympische Spelen ga je er niet meer voor de ervaring naartoe.’
ASICS heeft weer een nieuwe schoen op de markt gebracht: de GEL-Cumulus 23. Deze neutrale hardloopschoen biedt een nog soepelere en zachtere tred dan zijn voorgangers uit de serie. Wat vonden wij van deze dagelijkse duurloper?
Nieuw aan de Cumulus
De GEL-Cumulus 23 wordt gezien als de meest comfortabele loopschoen van ASICS. De Japanse fabrikant heeft ten opzichte van de eerdere versies van de Cumulus de demping en flexibiliteit verbeterd. Kenmerkend voor de 23 is het nieuwe MONO-Sock bovenwerk, dat goed aansluit bij je voet. De toegevoegde 3D SPACE CONSTRUCTION in de bovenlaag van de tussenzool is doorgevoerd voor meer demping en flexibiliteit. Verder omvat de schoen het responsieve FLYTEFOAM, wat we al kennen van de ASICS Novablast, een naadloos bovenwerk met het ademende mesh bovenwerk. De GEL dempingstechnologie is inmiddels traditie geworden bij ASICS en draagt ook bij deze nieuwste schoen bij aan een soepele training.
Uiterlijk
Wij testten de Cumulus 23 in de kleuren black/reborn blue. Het blauw en oranje worden mooi door elkaar gebruikt, aangevuld met een zwarte achtergrond. Tevens draagt dit bij aan reflectie in het donker. Opvallend zijn de grote oranje vlakken aan de onderkant van de schoen, die voor voldoende grip tijdens het hardlopen zorgen. De hielkap van de schoen is zacht, dik en stevig, zoals we van ASICS gewend zijn. Het GEL is wederom aanwezig, in de vorm van een blauwe laag onder de hak. Dit zorgt voor extra demping en werkt schokabsorberend. De hoeveelheid demping van de tussenzool is zoals gewoonlijk het hoogst onder de middenvoet en garandeert een comfortabel loopje.
Hoe loopt ie?
Als je de Cumulus 23 aantrekt, voel je gelijk de demping van de schoen. De hardloopschoen is daardoor uiterst geschikt voor je alledaagse duurlopen. Ook merkten we dat het met de stevigheid wel goed zit. Toen een pas niet helemaal lekker werd neergezet op de grond, corrigeerde de schoen een beetje dankzij de sterke tussenzool. Je wordt lichtelijk ondersteund tijdens het hardlopen en de pronatie is dus prima. Met zijn 310 gram is de schoen wat lomp voor sprintjes en stevige tempo’s, maar een kleine opvoering van de snelheid kan geen kwaad. Voor het echt snelle werk gebruiken we de ASICS METASPEED Sky. De hielkap van de Cumulus 23 zorgt ervoor dat de schoen onder een hete zon wat warm aan kan voelen. Daarentegen sluit de schoen goed aan bij je voet en biedt hij duidelijk genoeg ondersteuning.
Kenmerken op een rijtje
Dempende GEL-technologie
Mesh bovenwerk
FLYTEFOAM-technologie voor demping
Genderspecifieke 3D SPACE CONSTRUCTION
Verbeterde zichtbaarheid door reflecterende accenten
Betere duurzaamheid door ASICS LITE-buitenzool
De GEL-Cumulus 23 sluit goed aan bij hetgeen dat ASICS inhoudt: Anima Sana in Corpore Sano, een gezonde geest in een gezond lichaam. De hardloopschoen is verkrijgbaar in acht kleurencombinaties, kost €139,95 en kent een dames- en een herenversie.
Ook dit jaar ondersteunt het CTS GROUP Talententeam jonge atleten bij het najagen van hun dromen. We volgen vijf potentiële wereldtoppers, onder begeleiding van CTS GROUP en de Atletiekunie, in hun weg naar de top. In deze aflevering: sprinter Olivier Hendriks (17), die zich met twee Europese titels op zak opmaakt voor de Paralympische Spelen.
Amputatie
‘Het is wel onwerkelijk om nu bij wedstrijden aangekondigd te worden als de Europees kampioen’, aldus Olivier Hendriks. Begin juni kreeg hij ineens een andere status door zijn twee gouden medailles op de EK para-atletiek. Dat had hij tien jaar geleden niet durven dromen. Olivier is geboren met misvormde voeten. Op jonge leeftijd besloten zijn ouders een dubbele onderbeenamputatie door te voeren. Hij mist dus nu zijn voeten en kuitbeen, maar kan op blades heel hard lopen. Zo hard, dat hij het Nederlands record in zijn categorie in handen heeft op zowel de 100, 200 én 400 als de 800 meter.’ Olivier denkt dat hij een groot deel aan zijn ouders te danken heeft dat hij weinig belemmeringen heeft gehad bij het opgroeien.
‘Allereerst hebben zij ervoor gekozen om op jonge leeftijd mijn misvormde voetjes, waar ik nooit goed op had kunnen lopen, te laten amputeren. Hierdoor heb ik al vanaf kleins af aan op protheses gelopen en ik denk dat dat één van de redenen is dat ik er goed mee uit de voeten kom’, zegt hij met een knipoog. ‘Daarnaast hebben ze mij ook altijd gepusht om alles gewoon te proberen. Ze hebben altijd in oplossingen gedacht, niet in problemen, en daar ben ik ze erg dankbaar voor.’
Dit is de tweede atleet die we belichten in de serie talenten uit het CTS GROUP Talententeam. In de volgende afleveringen lees je de ontwikkeling van Sven Roosen, Alida van Daalen en Rick van Riel.
Annemaria koekoek
Zijn eerste blades kreeg Olivier aangemeten toen hij 7 jaar oud was, via prothesemaker Frank Jol. Toen zat hij nog niet op atletiek. Door de blades kon Olivier voor het eerst echt rennen. Hij gebruikte ze bij het buiten spelen, gymmen op school en voetbal. Van gym herinnert hij zich nog een heel specifieke situatie. ‘We deden het spel ‘Annemaria koekoek’, waarbij iedereen op een lijn start en moet proberen naar de overkant te komen. Eén iemand staat aan de andere zijde van de zaal en zodra diegene zijn ogen sluit en ‘Annemaria koekoek’ zegt, mag je gaan rennen. Vervolgens opent deze persoon de ogen en wie dan beweegt, is af. Helaas is stilstaan op blades niet echt makkelijk (het is alsof je op het punt van je tenen staat) en ik bewoog. Ik was erg boos toen ik ‘af’ was, want ik vond dat oneerlijk.’ Natuurlijk kampte hij ook met vervelende zaken als materiaalproblemen. ‘Bijvoorbeeld doordat ik een gat in mijn sleeve had, waardoor de prothese niet meer goed ‘vast’ zit aan mijn been. Ook heb ik meerdere keren mijn protheses gebroken.’ Daarnaast heeft hij ook veel last gehad van de stompen aan zijn been. Het bot dat nog in zijn onderbeen zit, groeit namelijk in een punt. ‘Dat is heel pijnlijk en ik ben hier een aantal keer aan geopereerd toen ik op de lagere school zat.’ Deze problemen hebben hem er echter niet van weerhouden om gewoon mee te doen. ‘Zo deed ik bij gymlessen op school bij alles mee en heb ik gewoon mijn zwemdiploma’s gehaald. Ik heb op judo gezeten en gevoetbald, voordat ik de overstap maakte naar de beste sport die er is: atletiek.’ Olivier is duidelijk. Hij wil graag hetzelfde zijn als de valide sporters en op dezelfde wijze behandeld worden. ‘Ik voel mij niet anders en wil ook niet als ‘anders’ gezien worden. Maar dat gebeurt natuurlijk wel en mensen kijken en staren naar je benen. Dat is niet altijd fijn. Ik heb echter mijn protheses nooit verborgen gehouden en droeg bijvoorbeeld gewoon korte broeken. Toen ik heel jong was, wilde ik ook sandalen aan als het heet was. Dan kon je de tenen van mijn prothesevoeten zien, net als bij alle andere kinderen. Inmiddels vind ik het niet meer erg dat mijn benen er niet hetzelfde uitzien als anderen en ben ik wat gewend aan het staren van mensen.’
Buitenlandse toernooien
Zijn overstap van voetbal naar atletiek is redelijk geleidelijk verlopen. Via zijn prothesemaker kreeg Olivier een uitnodiging voor een sportevent in het Olympisch Stadion ten tijde van de EK atletiek in Amsterdam van 2016. Daar is hij gescout door de talentcoach van Papendal, toen hij nog niet eens op atletiek zat. Op zijn dertiende begon hij met de sport bij AV ’40 in Delft, waar hij nu nog steeds lid is. Zo nu en dan trainde hij mee op het nationale sportcentrum in Arnhem, maar voetbal wilde hij nog niet opgeven. Na een jaar lang de combinatie voetbal en atletiek was de keuze snel gemaakt. ‘Toen ik mijn eerste blades aangemeten kreeg, was al duidelijk dat ik geen moeite heb met de balans. Ik kon er vrij snel goed op rennen. Die ervaring met het lopen op blades heeft natuurlijk wel geholpen om snel progressie te boeken in de atletiek.’ In 2017 merkte Olivier dat hij atletiek echt leuker vond dan voetbal. De sprintsnelheid die je ontwikkelt noemt hij ‘gewoon onbeschrijfelijk’. ‘Dat motiveerde mij om meer te trainen en daardoor werd ik er beter in. De uitnodigingen voor grote buitenlandse toernooien kwamen voor mij wel onverwacht, omdat ik mij daar nog helemaal niet mee bezig hield. Ik liep gewoon wedstrijden in Nederland. Totdat mijn coach destijds vertelde dat ik mee mocht naar de EK in Berlijn in 2018. Dat ik een jaar later naar de WK zou gaan, had ik helemaal niet gedacht.’ De rest is geschiedenis. Bij zijn internationale debuut in Duitsland maakte hij indruk door als vijftienjarige het zilver te veroveren. In 2019 werd hij in Dubai ook wereldwijd de nummer twee op de 400 meter.
Waardering en ondersteuning
De paralympische sporten moeten volgens Olivier meer aandacht en respect krijgen. Daarom was hij blij en verrast toen hij werd uitgenodigd voor het CTS Group Talententeam. Dankzij de Atletiekunie en CTS GROUP, maar ook dankzij sponsor ASICS, hoeft hij zich minder druk te maken over de randzaken rondom de sport. Hij is de eerste invalide sporter die begeleid wordt door het team, een eer volgens Olivier.
‘Dit geeft mij het gevoel dat ik de waardering krijg voor wat ik doe en hoe snel ik ben en niet omdat ik toevallig op protheses loop. Via het Talententeam krijg ik ondersteuning in materiële zin, zoals kleding en schoenen, maar ook op andere manieren worden we extra begeleid. Hoe ga je om met media en hoe presenteer je jezelf voor een camera of online op social media. Het gaat om het gehele plaatje als topsporter, en daar zitten ook een hoop dingen bij die niet op de baan gebeuren.’
Olivier traint fulltime bij ATR: Atletiek Trainingscentrum Rotterdam. Hij loopt zijn rondes tussen getalenteerde valide sporters in een gezellige groep. ‘Dat helpt mij steeds sneller en beter te willen worden. Vroeger had ik ook geen behoefte om aan activiteiten mee te doen die specifiek werden georganiseerd voor kinderen met een prothese. Het feit dat ik andere benen heb, heeft natuurlijk wel hier en daar voor wat aanpassingen gezorgd. Maar er is altijd gezocht naar wat mogelijk is.’ Afgelopen maand is Olivier geslaagd, hij heeft het gymnasium afgerond. Dus gaat hij waarschijnlijk komend schooljaar aan een studie beginnen. Voorgaande jaren heeft hij zoals gewoonlijk naast het sporten een middelbare schoolopleiding gedaan. ‘Gelukkig was mijn school erg gemakkelijk in het bieden van ruimte om naar trainingen, trainingskampen en toernooien te gaan. Zo heb ik dus goed mijn sport kunnen beoefenen en tegelijk mijn school gedaan.’
Olivier Hendriks in actie op de 400 meter tijdens de Ter Specke Bokaal in Lisse.(Foto: Erik van Leeuwen)
Favoriete onderdeel
‘Mijn favoriete onderdeel is de 200 meter. Dit is helaas geen officiele paralympische afstand meer voor mijn klasse (T62 – dubbelbladers), maar desondanks vind ik dit het leukste onderdeel. Het is een tussenvorm tussen de afstanden die ik nu loop. Bij de 100 meter ga je direct vanaf de start zo hard mogelijk: je sprint het hele stuk voluit. De 400 meter is de langste sprintafstand, waarbij je wat meer op je reserves moet lopen. De 200 meter is een mooie tussenvorm. Het is wel een volledige sprint en net wat langer dan de 100 meter. Ik kan op deze afstand langer mijn topsnelheid aanhouden en dat is een heerlijk gevoel. Daarnaast is het in de bocht starten ook fijner, dat gaat mij makkelijker af. Ik voel mij meer ontspannen en comfortabel als ik in een bocht start. Er zit dan niemand direct naast je bij de start. Misschien speelt dat ook mee.’
Planning
‘Het doel is nu om in één van de volgende wedstrijden de paralympische limiet voor de 100 meter (11.20 sec) ook nog te gaan lopen (op de 400 meter heeft Olivier de limiet al binnen). Ik zit daar heel dichtbij. Na de EK heb ik nog een wedstrijd in Leverkusen gelopen en het NK in Breda. Daarbij heb ik twee keer mijn persoonlijk record (nu 11.27) verbeterd, maar ik ben er nog net niet. Er is nog tijd tot en met eind juli om mij te kwalificeren. Dus dat blijft nog spannend. De komende tijd ga ik ook weer meer lactische trainingen doen als voorbereiding op de 400 meter.
Ambitie
‘Ik zou graag op de Nederlandse kampioenschappen mee willen doen tegen valide lopers. Dat lijkt mij mooi, dat er geen onderscheid wordt gemaakt. Het is namelijk best wel een discussiepunt of het lopen op blades je een voordeel geeft ten opzichte van mensen zonder. In de toekomst hoop ik de snelste man op blades te worden en dus wereldrecords te lopen en gouden medailles te winnen.’
Twee keer goud
De Europese kampioenschappen para-atletiek, die afgelopen maand in het Poolse Bydgoszcz werden gehouden, was voor Olivier de kroon op zijn harde werken. Op zowel de 100 als de 400 meter, twee hele verschillende aftanden, won hij goud! In de classificatie T62 (atleten met twee onderbeenamputaties onder de knie) is hij de beste van Europa. ‘Er was wat spanning van tevoren, want ik had een lichte blessure en ik wist niet zeker of ik op tijd volledig fit zou zijn voor de wedstrijd. gelukkig was dit wel het geval dankzij de fysiotherapeuten, die mij goed geholpen hebben. Daarnaast was dit toernooi anders dan anders door de strikte coronaprotocollen. Normaal gesproken zijn we als TeamNL Para meer samen: we reizen gezamenlijk en nu vlogen we in drie groepen onafhankelijk van elkaar. Ook had ik in Polen een eigen kamer, terwijl we anders een kamer delen. Dat laatste vind ik toch gezelliger.’
De 100 meter stond eerst geprogrammeerd. Het goud op deze afstand kwam niet als een enorme verrassing. ‘De weken ervoor was gebleken dat mijn vorm goed was en ik liep constant snelle tijden. Tijdens de race startte één van de belangrijkste concurrenten vals en toen wist ik dat ik kans maakte om de race te winnen.
Foto: Bartlomiej Zborowski
Dat gebeurde ook.’ Een paar dagen later stond alweer de 400 meter op het programma. Van tevoren wist Olivier al dat hij een race tegen de klok zou gaan lopen. Daar was hij op voorbereid, want hij wilde de Paralympische limiet van 50.20 seconden slechten. ‘Maar toch was het onverwacht dat ik de wedstrijd alleen moest lopen, omdat mijn tegenstanders kort voor de wedstrijd toch niet mee konden doen. Toen ik het stadion in liep ervoer ik de support van mijn verzamelde temgenoten die op de tribune zaten. Het gaf mij het gevoel dat ik niet alleen hoefde te lopen, want ik hoorde hen roepen vanaf de tribune. Ik voelde mij goed na de warming-up en had het gevoel dat ik wel een goede tijd neer zou kunnen zetten. De race begon met een goede start. Ik kwam redelijk hard de bocht uit en liep relaxed de eerste 200 meter. Daarna liep ik volgens het raceplan en heb ik de tweede bocht aangevallen. Toen ik de bocht uitkwam, zag ik vanuit mijn ooghoek de klok. Ik besefte dat het zelfs mogelijk was onder de 50 seconden te duiken en dat zou betekenen dat ik de limiet zou halen. Op het laatste rechte eind zette ik nog wat meer door. Bij de finish zag ik mijn tijd van 49.18 en ik heb mij nog nooit zo blij gevoeld. En ook opgelucht, want ik voelde al een jaar de druk om onder de limiet voor de Spelen te lopen en dat is nu eindelijk gelukt.’
Eremetaal in Tokio
Tussen 24 augustus en 5 september vormt Tokio het epicentrum voor de Paralympische Spelen. Tijdens het toernooi loopt Olivier ook met atleten uit de soortgelijke categorieën T44 en T64. De T staat voor track. Sowieso loopt hij de 400 meter, maar daarnaast wil hij ook zichzelf laten zien op de 100 meter. De nummer twee van de wereld in 2019 krijgt op de 400 meter te maken met twee grote concurrenten uit Duitsland en Amerika. ‘Theoretisch gezien ben ik sneller dan de rest, dus een bronzen medaille lijkt haalbaar. Verder ben ik heel benieuwd hoe het gaat zijn: de ervaring van de Spelen. Van andere para-atleten hoor ik over de goede sfeer die er was tijdens eerdere Paralympische Spelen. Maar dit jaar zal het anders zijn door de coronamaatregelen en er zal minder publiek aanwezig zijn en sowieso geen familie uit Nederland.’ Uiteraard kijkt Olivier uit naar het toernooi zelf, zijn eerste Spelen. ‘Omdat het in een groot stadion wordt gelopen en omdat dit toernooi het hoogst haalbare is. Het is altijd een droom geweest om naar de Spelen te mogen, en als het goed is sta ik daar over minder dan twee maanden.’
Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met CTS GROUP en de Atletiekunie
Hoofdfoto: Erik van Leeuwen. Profielfoto: Paul Raats
Ook dit jaar ondersteunt het CTS GROUP Talententeam jonge atleten bij het najagen van hun dromen. We volgen vijf potentiële wereldtoppers, onder begeleiding van CTS GROUP en de Atletiekunie, in hun weg naar de top. In deze aflevering: hordeloper Mark Heiden (18), die uitkijkt naar de EK junioren van komende week.
Fouten
Al in zijn eerste race in de buitenlucht dit seizoen liep hij al onder de limiet voor de EK onder 20 jaar. Bij de Harry Schulting Games liet hij 13.56 seconden noteren op zijn specialiteit: 110 meter sprinten en tussendoor tien hordes van 99,1 centimeter hoog. ‘De race verliep best wel vlekkeloos, maar ik miste nog wat scherpte doordat het één van de eerste races van het jaar was’, blikt hij terug. ‘Ik maakte geen fouten en liep gewoon een solide race, maar nam te weinig risico om een supertijd te lopen. Het was wel na een lange tijd weer eens een PR op de 110 meter horden en daar was ik wel erg blij mee. Ik had zeker het gevoel dat de limiet erin zat, want ik voelde me fit en in de trainingen was te merken dat ik goed liep. Het hielp ook dat het een avondwedstrijd was, want ik loop normaal beter later op de dag.’ Toch heeft hij in de afgelopen wedstrijden nog niet bereikt wat hij wilde bereiken. ‘Ik had door een goede trainingsstage een heel goed gevoel gekregen over het seizoen. Na de 13.56 in Vught wilde ik doorgaan met snellere tijden lopen. Ik wilde richting de 13,4 of 13,3 seconden gaan voordat ik aan de EK zou deelnemen, maar dat is nog niet gebeurd. Wel ben ik blij dat ik erg constante tijden loop, maar ik zou willen dat deze een stuk sneller waren. Uit analyses blijkt dat ik op trainingen heel snel ben, maar door fouten tijdens de wedstrijd vertaalt dit zich nog niet naar snellere tijden. Dingen zoals een horde raken of mijn techniek niet helemaal goed uitvoeren.’
Dit is de eerste atleet die we belichten in de serie talenten uit het CTS GROUP Talententeam. In de volgende afleveringen lees je wat voor invloed het team heeft op Olivier Hendriks, Sven Roosen, Alida van Daalen en Rick van Riel.
Meerkamper
Zoals vele andere junioren kwam Mark voor zijn nog prille hordencarrière uit op de meerkamp. De atleet van het Rotterdamse PAC kon aardig kogelstoten, speerwerpen en verspringen, maar zijn talent kwam het meeste naar boven bij het sprinten en hordelopen. Daardoor traint hij sinds half mei onder leiding van hordencoach Brendan Troost bij Atletiek Trainingscentrum Rotterdam. ‘Het focussen op de horden was een goeie en logische keuze, want ik zou denk ik veel minder succes hebben gehad als ik me niet op het hordelopen had gefocust. Ik heb mezelf nooit echt als meerkamper gezien en het was ook bij de C junioren dat ik voor het laatst een meerkamp heb gedaan. De meerkamp vind ik wel een mooi onderdeel om naar te kijken, maar ik het zou het zelf niet meer willen doen.’
EK-goud op de meerkamp of op de horden?
‘Zoals ik al zei: ik ben een hordeloper, dus dan kies ik zeker horden boven de meerkamp. Ik ga dan ook voor EK-goud op de horden boven goud op de meerkamp. De keuze tussen de 60 meter en 110 meter horden is voor mij een hele makkelijke, want het slechtste deel van mijn race is de start. Meestal lig ik bij de start een klein beetje achter en haal ik daarna tijd in, dus dan ligt de 110 meter horden mij beter. Dan heb ik gewoon meer tijd om een slechte start goed te maken.’
Is de EK onder 20 jaar van 2019 het hoogtepunt uit je carrière tot nu toe?
‘De EK onder 20 jaar is zonder twijfel het hoogtepunt. Het feit dat ik mij toen al (16 jaar, red.) had geplaatst als atleet onder 18 jaar voor een internationaal toernooi U20 was voor mij al heel bijzonder. Maar dat ik zo boven mezelf uitsteeg op dat toernooi en uiteindelijk zilver won, maakte het echt ongelofelijk.’
You’ve Got Mail | Where to Stream and dndnha | Decider
Beloning
Het moment dat Mark begin dit jaar werd gebeld voor een plaatsje in het CTS GROUP Talententeam weet hij niet meer precies. ‘Maar ik weet wel dat ik het erg bijzonder vond om deze kans te krijgen.’ Eerder al maakte hij kennis met het team. ‘Iets van vijf jaar geleden had iemand in mijn trainingsgroep een clinic gewonnen voor het Talententeam, waar wij toen met de hele groep heengingen. Dat waren toen atleten waar ik tegenop keek, dus het is heel bijzonder om nu zelf onderdeel van het team uit te maken.’ De samenwerking met CTS GROUP en de Atletiekunie ziet Mark als een verrijking in zijn persoonlijke ontwikkeling. ‘Dit is mijn eerste sponsor en dat zorgt zeker voor motivatie. Het voelt ook wel als een beloning voor jaren hard trainen.’ Door corona heeft Mark nog niet veel tijd doorgebracht met de andere talenten van het CTS GROUP Talententeam. Hij weet nog niet veel van de skills en specialiteiten van de atleten. Wel wordt hij door de samenwerking gestimuleerd om nog meer uit zichzelf te halen. ‘Doordat ik nu deel uitmaak van een groep atleten die goede prestaties leveren, motiveert dit mij ook om zelf beter te presteren. Motivatie is dus het grootste pluspunt van het Talententeam.’
Mark Heiden in actie tijdens de Ter Specke Bokaal in Lisse afgelopen mei.
Nederlands record
Volgend jaar behoort Mark Heiden bij de senioren en loopt hij de hordensprint over dezelfde afstand: 110 meter. Echter moet hij dan hekken van 1,07 meter hoog passeren. Maar daar lijkt hij zich nog niet erg druk over te maken. ‘Ik heel veel zin in senior zijn, want dan krijg ik de mogelijkheid om veel grote wedstrijden te lopen. Indoor heb ik al over de 1,07m hordes gelopen en ik heb het gevoel dat ik, als ik me daar volledig op kan focussen, ik de overgang naar de hogere hordes goed kan maken. Ik hoop me dus snel aan te passen zodat ik volgend jaar veel grote wedstrijden kan lopen en veel mooie wedstrijden in andere landen mee te doen. Misschien plaats ik mij wel voor de EK senioren in München, dat hoop ik.’
Of hij al uitkijkt naar de Olympische Spelen van Parijs in 2024? ‘Als atleet moet je ambitieus zijn, dus de Spelen is zeker een toernooi waar ik naar uitkijk. Of het haalbaar is, zullen we in de komende jaren zien, maar ik ga er in ieder geval alles aan doen om daar te staan. In de tussentijd hoop ik nog EK’s en WK’s te lopen en daar over een paar jaar mee te doen voor finales en podia. Qua tijden is mijn doel om richting de lage 13 seconden te gaan, met als ultiem doel het Nederlands record van Robin Korving (13.15 seconden). Maar ja, dit is allemaal erg ambitieus zoals ik al zei. Als ik fit blijf en van de sport kan leven, ben ik al erg tevreden.’ Mark is dit jaar nog junior. Eerst volgen nog de Europese kampioenschappen voor atleten onder 20 jaar, die van 15 tot en met 18 juli plaatsvinden in de Estse hoofdstad Tallinn. In aanloop naar dat toernooi blijft hij nog werken aan zijn start, zijn grootste aandachtspunt. ‘We werken er in de training veel aan en er zit zeker vooruitgang in, maar er is nog veel te verbeteren. Deze races op hoog niveau die ik heb gehad, had ik nodig om straks scherp aan te start te staan op het EK.’ Over zijn missie bij de EK doet Mark niet geheimzinnig. ‘Als alles goed gaat hoop ik strak in Tallinn mee te doen voor het goud.’
Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met CTS GROUP en de Atletiekunie.
Tirza van der Wolf kroonde zichzelf onlangs tot Nederlands kampioen op de 10.000 meter. Dat is echter niet de afstand waarop ze zich wel specialiseren. Een interview met de 27-jarige atlete over uitstappen met de finish in zicht, een onverwachtse Nederlandse titel, de combinatie werk en hardlopen en de EK marathon.
Marathonavontuur
Op 21 maart stond voor Tirza van der Wolf dé wedstrijd van 2021 gepland. In Dresden debuteerde ze op de klassieke 42 kilometer en 195 meter. Samen met haar vriend Marc Cinjee, die in de Duitse stad als haas fungeerde, ging ze het marathonavontuur aan. ‘De aankondiging dat er een marathon in Dresden eind maart georganiseerd zou worden, kon voor mij op geen beter moment komen. Hoewel ik geen motivatieproblemen had door corona, miste ik toch wel een doel om naar toe te werken. Dresden werd dat doel.’ De hele marathonvoorbereiding was voor Van der Wolf al een reis vol belevenissen an sich. Zowel fysiek als mentaal is ze enorm gegroeid. Toen ongeveer drie weken van te voren duidelijk werd dat de marathon echt plaats zou gaan vinden, kon ze zich echt helemaal focussen op de race zelf. ‘Op de dag van de wedstrijd had ik gezonde spannend en had ik enorm veel zin in. De weersomstandigheden waren verre van ideaal. Voor een 21 maart was het koud met een temperatuur rond het vriespunt, een harde wind van ongeveer windkracht 4 en die was ook nog vrij ijzig. Samen met mijn vriend startte ik om 10:30 uur. De rondjes van 2,5 kilometer vlogen voorbij en ik voelde me lekker. Ik was als langzaamste begonnen en vanaf ongeveer 25 kilometer begon ik in te lopen op mijn voorgangers, die ik tussen 30 en 35 kon inhalen. Inmiddels lag ik niet meer laatste. Vanaf kilometer 30 werd het wel al wat zwaarder, maar het was nog goed te doen.’ Waar de meeste marathons rond de 35 kilometer last krijgen van een lege tank, had Van der Wolf vooral last van misselijkheid. Het nemen van wat drinken was het begin van de ellendigheid. ‘Al vrij snel merkte ik dat het drinken niet goed viel en dat ik er misselijk van werd. Bij 36 kilometer wilde ik al uitstappen, omdat ik me helemaal niet meer fijn voelde, maar ik werd door mijn vriend gemotiveerd om toch door te lopen. Het gevoel bleef, ondanks dat mijn tempo inzakte. Op 38 kilometer was het klaar en ben ik met de finish in zicht uitgestapt. Uiteindelijk eindigde mijn marathondebuut in mineur, omdat ik hem überhaupt niet heb uitgelopen. Ondanks het uitstappen heb ik zowel de race als de voorbereiding echt enorm leuk gevonden. Ik kijk uit naar het volgende marathonavontuur.’
Eerste goud bij de senioren
‘Ik ben zeker nog aan het nagenieten’, blikt Van der Wolf terug op de NK 10.000 meter van zaterdag 12 juni. ‘De eerste dagen werd ik vooral aan de wedstrijd herinnert door een ongelooflijk stijve kuit, maar inmiddels gaat dat beter.’ In Leiden werden de atleten 25 rondes op de atletiekbaan voorgeschoteld. Hoewel de Nederlandse toppers op de 10 kilometer ontbraken, had ze niet verwacht dat ze uiteindelijk nationaal kampioen zou worden. ‘Ik wist wel dat het met een goede dag en een goede race mogelijk zou zijn. Ik probeerde eigenlijk zonder echte verwachtingen de wedstrijd in te gaan. Na de marathon heb ik wat kleine pijntjes gehad, die het herstel na de marathon wat vertraagd hebben. Voor mijn gevoel stond ik dan ook nog niet superfit aan de start en ik vond het lastig in te schatten wat mijn niveau zou zijn. In zo’n situatie probeer ik de wedstrijd maar gewoon ontspannen in te gaan en lekker te lopen.’ In de callroom hoorde Van der Wolf dat twee vrouwen weg wilden gaan op de limiet voor de EK onder 23 jaar (34.00) en dat hier hazen voor geregeld waren. Dus besloot ze om mee te lopen en te kijken hoe dat ging. ‘In het begin ging dat lekker, maar merkte ik soms wel dat het tempo een beetje schommelde. Na zo’n 2,5 kilometer voelde ik mijn benen al wel iets, dus als ik was als eerste uit de kopgroep afgevallen om mijn eigen race te lopen. Al snel viel Marcella (Herzog, red.) ook terug uit de kopgroep en liepen we weer samen. Met ongeveer nog 7 kilometer te gaan, haalde ik Marcella in. Vanaf dat moment liep ik eigenlijk alleen. Soms had ik het wat zwaarder, aangezien er ook aardig wat wind stond, maar eigenlijk liep ik vrij constant mijn rondjes. Met nog 2 kilometer was inmiddels het gat met Marcella vrij groot, maar ik kreeg het ook zwaarder.’ Mede dankzij een snelle laatste ronde pakte ze die avond de Nederlandse titel met 34:31,46. Dat was ruim voldoende om concurrenten Marcella Herzog (zilver) en Renee Sijbesma (brons) op achterstand te zetten. ‘Ik was en ben natuurlijk nog steeds blij met de titel. Het is mijn eerste als senior, dus dat maakt het extra speciaal.’
Tirza van der Wolf in actie tijdens haar debuutmarathon in Dresden, achter haar haas en vriend Marc Cinjee.
Nieuwe hobby
Al vier jaar werkt de atlete als software developer bij Transfer Solutions, tevens haar sponsor. Van der Wolf woont in Zeist, waar ze een groot gedeelte van haar trainingen alleen of samen met haar vriend afwerkt. Verder traint ze in Arnhem bij het JJ Running Team onder leiding van John Jansen. De baantrainingen bij Ciko ’66 werkt ze onder andere af met Anne Luijten, Lesley Smit en Thomas Cremers. Voor Van der Wolf is het soms een puzzel om haar baan van 32 uur te combineren met wat ze het liefste doet: hardlopen. ‘Maar met plannen kom ik een heel eind’. Een dag uit haar leven ziet er ongeveer als volgt uit. ‘De wekker gaat bij mij vaak om half 7 (op het weekend na). Soms eet ik dan snel iets en ik snap dan om 7:00 uur de deur uit om te gaan trainen. Andere keren begin ik eerst met werken en dan train ik nadat mijn werk klaar is. In sommige gevallen train ik zowel voor als na mijn werk. De rest van de tijd probeer ik te chillen door televisie te kijken, een boek te lezen of te breien of haken, een nieuwe hobby sinds corona.
‘Ik denk dat een EK in mijn bereik kan zitten.’
Leuke uitdaging
Komend weekend doet Van der Wolf wederom mee in de strijd om de medailles. De NK wordt hoogstwaarschijnlijk ook meteen haar laatste wedstrijd van het baanseizoen. ‘Op 2 juli krijg ik mijn tweede vaccinatie en ik wil de tijd nemen om daarvan te herstellen.’ In het najaar hoopt Van der Wolf weer een marathon te lopen en vooral te finishen. Op dit moment gaat haar voorkeur uit naar Rotterdam, die voor zondag 24 oktober op de planning staat. ‘Maar ik heb enorm veel keuze welke marathon ik zou willen lopen.’ In de voorbereiding wil ze nog een aantal wedstrijden meedoen, waaronder de NK 10 kilometer op de weg (zondag 29 augustus). Momenteel reikt haar planning tot oktober. Van der Wolf hoopt dat alle wedstrijden in het najaar weer door kunnen gaan. ‘Mijn focus gaat dit najaar wel echt uit naar de marathon. Ik hoop in de voorbereiding mooie persoonlijke records te kunnen lopen op de 10 kilometer en de halve marathon.’ Echter denkt ze dat ze uiteindelijk meer een marathontype is. ‘Sinds ik met mijn huidige coach John Jansen samenwerk, merk ik dat het lange werk me beter bevalt. Lange duurlopen en langere aerobe tempoblokken vind ik heerlijk. De marathonvoorbereiding voor Dresden heeft dit ook wel bevestigd. Het lijkt me uiteindelijk supertof om me te kwalificeren voor een toernooi. Voor een EK zal je al snel naar een tijd in de 2:32 of 2:33 uur moeten gaan. Ik denk dat dit uiteindelijk wel in mijn bereik kan zitten en het is daarom een leuke uitdaging voor de komende jaren.’
Maar eerst zaterdag, 26 juni, de Nederlandse kampioenschappen in Breda. Op de rood-groene baan zal de kersvers Nederlands kampioen starten op de 5000 meter. Wat haar doel is? ‘Dat is een hele goede vraag, waar ik misschien niet een heel duidelijk antwoord op heb.’ Of ze voor haar tweede nationale titel gaat? ‘Niet per se. Het is niet dat ik er niet voor zal lopen, maar ik denk niet echt dat het een doel voor mij is. Ik heb vooral zin om weer te racen. Het is een mooi veld, waarin ik vierde geplaatst sta, maar waar het wel allemaal dicht op elkaar zit. Het kan alle kanten opgaan en dat vind ik eigenlijk wel leuk. Verachtingen qua tijd of klassering heb ik dan ook niet. Ik ga voor elk plekje vechten.’
Anne van de Wiel realiseerde dit jaar al verbazingwekkende tijden op loopafstanden. Zo verraste ze door 53,52 seconden te lopen op de 400 meter. Focust de 23-jarige atlete zich dit seizoen op het lopen? Of blijft ze meerkampen?
Wedstrijdritme
Brons op de NK indoor meerkamp, stabiele 60-meterraces en snelle tijden op de 300, 400 en 600 meter. Anne van de Wiel heeft al veel van zich laten horen in de eerste maanden van 2021. Om te beginnen de Nederlandse indoorkampioenschappen in Apeldoorn. In het tweede weekend van februari haalde ze het podium op de meerkamp, achter Nadine Broersen en Melissa de Haan. De week erna realiseerde ze bij de NK senioren 7,61 en 8,50 seconden op de 60 meter en 60 meter horden. Kortom: een goede voorbereiding op het outdoorseizoen. ‘Ik was blij dat we indoor nog de kans kregen om deel te nemen aan twee NK’s (meerkamp en losse onderdelen), omdat het toch leuke testmomenten zijn om te kijken waar je staat na een paar maanden hard trainen. Die NK’s gingen goed, dus kreeg ik extra veel zin in outdoor.’ Helaas kreeg Van de Wiel al snel te horen dat er nog weinig ‘echte’ wedstrijden zouden worden georganiseerd. Dus prikkelde de meerkampster zich in een aantal onderlinge wedstrijden bij de atletiekvereniging. ‘Ik heb de luxe dat ik zowel testwedstrijden kan doen bij PAC in Rotterdam, waar ik train en gastlid ben, als bij AV SPRINT in Breda, waar ik wedstrijdlid ben.’
Anne van de Wiel na haar 300 meter.
Verrassende 400 meter
De maand na de NK’s stond alweer het volgende testmoment op de planning. Coach Ingmar Vos, Olympisch meerkamper in 2012, had een 600 meter in petto. Op de atletiekbaan in Rotterdam liep Van de Wiel 1:32,8, vier seconden sneller dan haar beste tijd. In april stond ze op dezelfde baan aan de start van de 300 meter. Ook op deze incourante afstand liet ze een nieuwe toptijd noteren: 38,20 seconden. ‘Deze testwedstrijden gingen tot nu toe goed en zijn vooral fijn om wat wedstrijdritme op te doen. Als meerkamper moet je natuurlijk op veel onderdelen focussen, dus dan is elke wedstrijd die er is mooi meegenomen.’ De meest verbazingwekkende prestatie zette Van de Wiel 24 april neer op haar thuisbasis in Breda. Op de 400 meter ging ze mee met de mannelijke concurrentie. Na één ronde finishte ze in 53 seconden en 52 honderdsten, een tijd die vergelijkbaar is met die van Nederlandse 400-meterspecialisten. ‘Ik was zeker verrast!’, reageert ze na afloop blij. ‘Aan de andere kant gingen de tempo’s op de trainingen goed, dus ik wist dat ik wel een harde tijd kon gaan lopen. Ik dacht zelf aan een tijd van 54,5, maar mijn trainer was ervan overtuigd dat ik onder de 54 seconden kon gaan lopen. Daar kreeg hij ook gelijk in, haha.’ Hoe haar race verliep? ‘Het voelde wel zwaar!’, lacht ze, ‘maar ik ben natuurlijk ook niet gewend om 400 meters te lopen. De laatste 400 meter die ik had gelopen was als junior volgens mij, dus het was al een hele tijd geleden. Ik opende vrij hard op de 200 meter (iets van 24,8) en kwam ook nog goed door op de 300 meter. De laatste 100 meter was zwaar, maar ik was superblij toen ik mijn tijd hoorde.’ Toen ze over de finish kwam, dacht ze echter dat ze niet zo hard had gelopen. ‘Ik finishte achter drie jongens, dus ik kon mijn tijd niet gelijk zien. Daarbij voelde de laatste 100 meter zwaar aan, dus ik dacht dat ik het daar een beetje op had verloren. Gelukkig bleek dat allemaal mee te vallen. Ik geloofde het niet toen ik hoorde wat mijn tijd was.’
Tweelingzus
Annes tweelingszus Myke, één minuut ouder, is ook haar trainingsgenoot en concurrent. Ze trainen bij dezelfde vereniging, zijn allebei meerkampsters en behoren beide tot de Nederlandse top. Vorig jaar werd Anne Nederlands kampioene meerkamp en won Myke het brons. Op de NK meerkamp indoor eindigde Myke dit jaar op een zure vierde plek, achter Anne. Maar op de horden en de 200 meter zijn de rollen omgedraaid. Op het laatstgenoemde onderdeel won Annes zus in februari de Nederlandse titel in 23,83. Al sinds hun zevende trainen de zussen samen en ze weten ook niet hoe het is om apart van elkaar te trainen. ‘Dat is leuk natuurlijk. Het is fijn dat je altijd een trainingsmaatje hebt waar je tegenop kunt boksen. We houden elkaar scherp en daarnaast is het fijn dat, op de momenten wanneer je er echt even doorheen zit bij zware trainingen, je elkaar er doorheen kunt slepen.’ Toch zitten er niet alleen maar voordelen aan meerkampen met je zus. ‘Het enige moeilijke eraan is soms wanneer het bij de één beter gaat op een training of wedstrijd. Het is dan soms lastig om de focus echt op jezelf te houden, omdat je ook met de prestaties van elkaar bezig bent.’
Anne van de Wiel, Ingmar Vos en Myke van de Wiel.
Meerkamp of 400 meter?
Door haar snelle tijden sluipt de twijfel erin voor Anne van de Wiel. Haar wacht een keuze die ook Dafne Schippers en Nadine Visser moesten maken: blijven meerkampen of focussen op een individueel onderdeel. ‘Op de meerkamp zijn mijn favoriete onderdelen de 200 meter en 100 meter horden, dus in dat opzicht met name de sprintonderdelen. Ik heb een beetje een haat-liefdeverhouding met de 800 meter in de meerkamp’, zegt ze lachend. ‘Ik weet dat ik een snelle tijd kan gaan lopen dit jaar, maar het is toch altijd een ‘dingetje’ waar je tegenop ziet tijdens een meerkamp.’ Dit outdoorseizoen gaat Van de Wiel de meerkamp en 400 meter combineren. ‘Ik ben benieuwd wat ik er dit seizoen nog kan uithalen op de 400 meter.’ Op zaterdag 22 en zondag 23 mei werkt ze bij de T-Meeting in Tilburg een zevenkamp af. 100 meter horden, hoogspringen, kogelstoten, 200 meter, verspringen, speerwerpen en een afsluitende 800 meter staan op het programma. Bij de Runnersworld Utrecht Trackmeeting wacht haar eerst aankomende zondag een aantal losse onderdelen. ‘Vanaf juni zal ik meer wedstrijden doen gericht op de 400 meter en dan zie ik wel waar het schip strand.’ Door haar 53,52 op de lange sprintafstand is een plek in het 4×400-meterteam niet onrealistisch, ook al is de concurrentie groot. ‘Het zal in juni moeten blijken in hoeverre dit doel echt werkelijkheid kan gaan worden.’ Naar Tokio voor de 4×400 meter zou een droom zijn die uitkomt. Het liefst zou ze echter meedoen aan de Olympische zevenkamp, omdat ze daar al jaren voor traint. Echter is Van de Wiel ervan overtuigd dat ze dit jaar niet de limiet op de zevenkamp van 6420 punten gaat slechten. Die eis lijkt door haar persoonlijk record van 5756 punten nog te hoog gegrepen. De zevenkamp in Parijs 2024 dan? ‘Dat is wel een droom natuurlijk. Ik heb in ieder geval niets te verliezen als meerkampster.’
Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie
De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.