Wat een avond in Birmingham en wat een successen voor Nederland met goud, zilver en brons voor Jorinde van Klinken, Maureen Koster en Femke Broeders-Bol. We blikken terug op de vfijde dag in het Alexander Stadium in Birmingham: Ladies Night. Lees alles over dag 5, inclusief reacties van de betrokkenen.
Lees hier meer over de EK (10 – 16 augustus in Birmingham)
Discuswerpen: Jorinde van Klinken wint goud, Alida van Daalen vierde

Jorinde van Klinken nam bij haar eerste discusworp meteen de leiding met 67,67 meter en stond die positie nooit meer af. Toen ze wist dat ze gewonnen had haalde ze nog één keer uit richting die 69 meter, maar deze werd ongeldig verklaard. ,,Het doel was om hier volle bak goud te halen”, vertelde ze nadat ze haar gouden medaille omgehangen had gekregen. ,,Ik kom steeds dichterbij het niveau waar ik echt wil zijn op beide onderdelen: medaillekandidaat zijn bij de komende Olympische Spelen op zowel het kogelstoten als bij het discuswerpen.” Alida van Daalen wist zich gedurende de wedstrijd iets te verbeteren maar bleef achter bij haar verwachting met 64,22 meter als beste.
Op de wedstrijdkalender staan nog een kogel cityevent tijdens de Diamond Leaguewedstrijd in Silezië, een wedstrijd in Bellinzona met kogel én discus en de Diamond Leaguefinale in Brussel. Op het afsluitende nieuwe kleine WK Atletiek, de Ultimate Championship in Boedapest, waar veel geld kan worden verdiend, staan haar beide disciplines niet op het programma.
10.000 meter: Kers op de taart voor zilveren Maureen Koster

Eindelijk lukte het Maureen Koster dan toch haar eerste EK-medaille in de buitenlucht te veroveren. Samen met drie anderen, Nadia Battocletti, Jana van Lent en Megan Keith scheidden zij zich enkele ronden voor de finish af. Vanaf dat moment moest er nog een afvallen om een zekere medaille te veroveren. Toen de Britse Keith op achterstand raakte lag de medaille in het verschiet. Op 250 meter voor de meet ging de Italiaanse veelwinnares Battocletti er vandoor, maar reageerde Koster alert en stelde ze het zilver veilig. Elf jaar na haar bronzen indoormedaille op de 3000 meter van Praag 2015, die in 2024 vanwege een dopingzaak omgezet werd naar zilver, pakte de 34-jarige Koster dan eindelijk haar medaille. ,,Toen het harder ging in de wedstrijd wist ik gewoon dat het in mijn straatje paste. Ik wist ook wie ik er op het eind af kon sprinten. Toen we nog met zijn vieren waren wist ik ook dat ik Jana en Megan kon hebben. Ik moest vooral rustig blijven. Ik stond op de 5000 én 10.000 meter als snelste Europese op de startlijst en wilde het niet laten gebeuren dat ik met lege handen naar huis zou gaan. Dit is echt de kers op de taart en het bewijs dat ik naast heel hard kan lopen ook medailles kan winnen.”
Jennifer Gulikers werd achttiende in de wedstrijd. Diane van Es, die twee jaar geleden nog zilver won, stapte uit en gaf aan onvoldoende voorbereid te zijn geweest op de tempowisselingen. Van Es liep twee weken geleden nog ene persoonlijk record op de 5000 meter dus met de vorm zit het wel goed.
800 meter: Bronzen debuut voor Femke Broeders-Bol in allersterkste discipline

Het is ongetwijfeld het koninginnennummer dit EK, de 800 meter voor vrouwen. Met drie vrouwen die grenzen verleggen dit seizoen. De Britse Keely Hodgkinson, de olympisch kampioene die traint in Birmingham, de Zwitserse Audrey Werro die al dichtbij het wereldrecord van Jarmila Kratochvilova uit 1983 kwam, en natuurlijk Femke Broeders-Bol, die voor het eerst op deze voor haar nieuwe afstand een compleet toernooi afwerkte. Hier kwamen de mensen vrijdagavond voor naar het uitverkochte stadion, halsreikend werd uitgekeken naar de strijd. En het werd een enerverende wedstrijd. Al in de eerste ronde nam Werro het initiatief en bleef maar door versnellen met Hodgkinson en Broeders-Bol er vlak achteraan. Pas op 150 meter voor de finish moest Femke een gaatje laten, om op het laatste rechte stuk toch weer iets dichterbij te komen bij Keely, die Audrey wel zag winnen in 1.54.81, een kampioenschapsrecord. Na de 1.55.01 van Hodgkinson liep Broeders-Bol 1.55.54, exact dezelfde tijd waarmee Ellen van Langen in 1992 olympisch goud won in Barcelona.
,,Supergaaf, ik vind het echt een eer om nu samen met record met Ellen van Langen te hebben. We hebben vaak contact gehad. Ik heb veel aan haar ervaringen en het is zo ’n fijn persoon, heel bijzonder.” Het plan voor de finale was te ‘plakken’. ,,Zolang als ik kon. In de race kon ik mijn plek best goed verdedigen. Ik had door dat het hard ging en dat anderen weg zouden vallen op den duur.”
Gevraagd naar haar race weet Broeders-Bol nog feilloos het verloop terug te halen. ,,Ik had een goede start, tussen 100 en 200 meter was ik iets te ontspannen, terwijl iedereen dacht ; ik ga ervoor’. Dat is een goed leerpunt geweest. Op 300 meter versnelde Audrey. Daar had ik iets meegewild. Tussen 400 en 600 meter ben ik degene die denkt dat het nog zo ver, is terwijl anderen juist dan aanzetten. Ik probeerde bij te blijven en alles te geven, omdat je nooit weet wat er kan gebeuren. Met de finish in zicht komt er bij mij iets omhoog, maar met deze meiden is dat te laat. Ik moet er dan bijzitten. Als je er achter zit, vertelde Laurent (Meuwly, haar coach, red.), dan moet je nog ene halve seconde goed maken, en dat is niet te doen nog.” Ze kijkt alvast uit naar Boedapest, de Ultimate Championship. ,,Dat is een voorproefje van hoe volgend jaar de WK er uit ziet.” Zondag hoopt ze mee te kunnen strijden op de 4×400 meter estafette. ,,Het zou zonde zijn als ik niet kan lopen.”
Zevenkamp: alles is nog mogelijk voor Sofie Dokter en Emma Oosterwegel

Wat een opening op vrijdagochtend van de zevenkamp. De Zwitserse Annik Kälin liep 12.59 op de 100 meter horden, maar ook Emma Oosterwegel (12.98) en Sofie Dokter (13.01) knalden uit de blokken. Dat er teveel rugwind (+3,3 m/s) was kon de pret niet drukken. Geen persoonlijke records dus maar voor een reglementair meerkamptotaal is de hoop nog niet vervlogen. Daarvoor geldt dat de opgetelde rugwindtijden op de horden, de 200 meter en het verspringen niet meer dan +6,0 m/s mogen zijn, waarbij per onderdeel het maximum is gesteld op +4,0 m/s.
Lees ook: Na wereldindoortitel veranderde niet veel voor Sofie Dokter richting EK: ‘Een nieuwe spanning’
Na deze flitsende opening moesten beiden een teleurstelling verwerken toen een hoogte van 1,77 meter niet gehaald werd 1,74 meter als beste achter hun naam genoteerd werd. Vooral voor Dokter, met een persoonlijk record van 1,89 meter, was dit een forse tegenvaller. ’s Avonds startte Dokter weer sterk met 14,75 meter bij het kogelstoten, een persoonlijk record. Oosterwegel deed het ook goed met 13,90 meter. Op de 200 meter schitterde Dokter net als op de horden en kogel. Haar tijd van 23.05 was fenomenaal, maar geen persoonlijk record vanwege het teveel aan rugwind van +2,4 m/s. Oosterwegel deed het ook uitstekend met 23.55 (ook met +2.4). Alles lijkt nog mogelijk op dag 2. Het verspringen is een cruciaal onderdeel, maar ook bij het speerwerpen en de afsluitende 800 meter kunnen nog verschillen worden gemaakt. Na dag 1 leidt de Poolse Adrianna Sulek voor Dokter, Kate O’Connor, Sophie Weissenberg, Oosterwegel en Annik Kälin.
Kwalificaties
4×400 meter mannen en vrouwen lopen perfecte kwalificatieraces
De 4×400 meter mannen en vrouwen streden om een finaleplaats en dat ging van een leien dakje. Liemarvin Bonevacia (37), die tijdens dit toernooi afscheid neemt na een imposante carrière, ging sneller dan ooit uit de startblokken (reactietijd 0,115 sec.) en liep met 46.0 zelfs bijna zijn snelste seizoenstijd (45.98). ,,Het was mooi, ik heb niet genoeg woorden om te zeggen hoe mooi het was. Toen ik daar stond voelde ik het helemaal, het was een droom om hier te staan. Ik wilde die blijdschap voelen om naar de finale te gaan. Ik deed het voor Eugene, Daan en Jonas. Of het de laatste keer is weet ik niet: dat is aan de coach. Maar we willen voor het eerst een EK-medaille op de 4×400 meter mannen.” Derde loper Daan Kneppers sprak een eerbetoon uit aan ‘Lie’. ,,Dat ik hier met hem in de estafette mag lopen is echt geweldig. Hij is een van de grote namen in de atletiek.” Er werd uitstekend gewisseld op Eugene Omalla, die met 44.9 een puike tijd liep. Debutant Daan Kneppers (ook de snelste dit jaar op de 400 meter horden) gaf na 47.5 het stokje aan Jonas Phijffers, die na 250 meter pas echt de gashendel opentrok en een kopie van een van Femke’s beroemde inhaalraces tentoonspreidde. Van plek 4 naar plek 1 in 44.38, zo indrukwekkend. ,,Het team bracht mij in zo’n goede positie dat ik lekker in de slipstream kon volgen, en dat ging zo makkelijk, ik had nog zoveel over. Op het einde dacht ik ‘ik ga er langs’. Ik deed niet eens heel veel extra, gewoon mijn passen afmaken, terwijl het me niet eens heel veel energie kostte.” Het team won zijn serie in 3.00.98. Opvallend was het supersnelle Italiaanse team in de andere serie: 2.58.10. Ook de Belgen liepen daarin rap met 2.59.35.
De 4×400 meter vrouwen wonnen eveneens hun serie, met als startloopster een nieuw gezicht: Vanessa Mercera van Curacao en studerend in de US of A. Ze ontbreekt in de Nederlandse ranglijsten omdat ze niet lid is van een Nederlandse club. Maar ze is een uitstekende meerkampster en heeft al 51,83 op de 400 en 55.39 op de 400 meter horden gelopen. Ze bewees meteen haar waarde voor het team met 51.8 op de eerste 400 meter. Eveline Saalberg hield de kop in 50.6, Nina Franke lukte dat ook in 51.7 en Myrte van der Schoot finishte flitsend en juichend met een vuist in 50.90 naar 3.25.00. Saalberg en Van der Schoot liepen donderdag beiden een persoonlijk record op de 400 meter maar liepen de finale mis. Die knop was vrijdagochtend alweer omgezet. ,,We gingen met superveel positieve energie erin”, vertelde Saalberg. ,,Dat vuistje had niets met gisteren te maken, maar we missen wel twee hele sterke lopers dus moesten wij het toch maar even doen. Het was meer een ontlading.” Mercera prees het mooie moment om toe te treden tot het estafetteteam. ,,A nice welcome to the club-moment.” Ook Franke was tevreden met haar aandeel. ,,Ik ben wel gewend achter iemand anders te plakken maar nu liep ik zelf op kop.”
1500 meter mannen: Nillessen makkelijk door, Samuel Chapple uitgeschakeld

Stefan Nillessen keek op de laatste 100 meter in zijn kwalificatiereeks meer achterom dan vooruit om er zeker van te zijn dat hij bij de beste zes mannen eindigde, en dat ging helemaal goed met een vierde plek. Samuel Chapple kwam niet uit gedrang in aanloop naar de eindsprint en werd teleurstellend tiende in zijn serie.
Polsstokhoogspringen: Menno Vloon geblesseerd tijdens kwalificatie
Menno Vloon houdt geen goede herinneringen over aan Birmingham. Hij bleek in de wedstrijd een hamstringsblessure opgelopen te hebben waarvan hij aanvankelijk dacht dat het louter om kramp ging. Na een mislukte sprong op aanvangshoogte 5,45 meter sloeg hij telkens over om uiteindelijk de lat te laten leggen op 5,70 meter. Uiteindelijk kwam het er niet meer van en meldde hij zich af.
Andere finales: Sterren Karsten Warholm en Gianmarco Tamberi schitteren
Na zijn bronzen medaille was de Duitser Owen Ansah op de 200 meter duidelijk de allersnelste in 19.95 (+2,5 m/s). De atleet heeft een geweigerde out-of-competition dopingcontrole aan zijn broek hangen dus of hij de gouden plak binnenkort over moet doen aan de Brit Zharnel Hughes is vooralsnog onzeker. Op de 400 meter horden liet Karsten Warholm er geen gras over groeien. Zijn 46.63 was een kampioenschapsrecord en ook nog eens een dikke seconde voor op zijn naaste concurrent. Het hoogspringen voor de mannen werd voor de vierde achtereenvolgende keer een prooi voor de Italiaanse ster Gianmarco Tamberi met 2,32 meter.
Foto’s: Erik van Leeuwen
